Choellien-index


DAF-Notities Nr. 191

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Choelien Daf 19b

De luchtpijp

Opdat de sjechita kosjer zal zijn, moet men met een mes de luchtpijp en de slokdarm van het dier doorsnijden of het grootste deel van beide. Wanneer de helft van de luchtpijp doorgesneden was voor de aanvang van de sjechita, dan wordt het dier nog niet tereifa beschouwd [dodelijk ziek of gewond door een organisch defect], omdat de meerderheid nog niet is doorgesneden.

Geval 1: De voorste helft van de luchtpijp was doorgesneden vóór de sjechita en de sjocheet maakt de sjechita af op de achterste helft.

Geval 2: De achterste helft van de luchtpijp was doorgesneden vóór de sjechita en de sjocheet maakt de sjechita af op de voorste helft.

Rabbi Kahana vroeg aan Rabbi Jehoeda wat die vond van de geldigheid van de sjechita in beide gevallen. Rabbi Jehoeda besliste dat in het eerste geval de sjechita geldig was maar in het tweede geval niet.

Rabbi Abba, die deze beslissing hoorde, bracht hem over aan Rabbi Elazar, die het op zijn beurt doorvertelde aan Rabbi Jochanan, die hem uitdaagde het verschil te verklaren. Rabbi Elazar maakte het volgende onderscheid:

In geval 1 beschouwen wij de doorgesneden luchtpijp alsof een niet-Jood, die geen gekwalificeerde sjocheet is, de sjechita gedaan heeft op de eerste helft en de sjechita  werd afgemaakt door een Jood, die het daarmee alsnog kosjer maakte. In het tweede geval echter, zien wij een situatie waar een Jood de eerste helft van de sjechita deed en een niet-Jood maakte het af, waarmee hij het niet-kosjer maakte.

Rabbi Jochanan verwierp de verklaring en besliste dat de sjechita in beide gevallen geldig was. De geleerde Rawa legt later uit waarom geval 2 niet te vergelijken is met de situatie waarin een niet-Jood de sjechita afmaakt.

Wanneer een Jood sjechita zou doen op een hele, onbeschadigde luchtpijp, dan was hij in staat om de sjechita af te maken op de overblijvende helft. Door het aan een niet-Jood toe te staan dit werk voor hem af te maken, creëert hij een situatie waarin het leven van het dier genomen werd door iemand die niet voor sjechita gekwalificeerd is. Toen de achterste helft van de luchtpijp al was doorgesneden voordat hij met de sjechita begon, maakte hij de sjechita af op dat orgaan voor zover mogelijk en daarom wordt hij beschouwd als degene die het leven van het dier genomen heeft en dus is het dier kosjer.