Choellien-index


DAF-Notities Nr. 204

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Choelien daf 51a

Terugstuiteren na een val

Eén van de achttien categorieën van treifa die de misjna opnoemt [op daf 42a] is een dier dat van een dak afgevallen is. Er bestaat verdenking dat ten gevolge van de val de organen en lichaamsdelen van het dier beschadig werden of niet meer op hun plaats zitten.

Omdat dit de reden is, zijn er voorwaarden. Als het dier bewust van het dak is afge­sprongen, omdat het voedsel op de grond zag liggen, dan veronderstellen wij dat het de spong gemaakt heeft zonder dat het schade heeft opgelopen, omdat een dier instinct­matig nooit een sprong maakt die het niet zou kunnen overleven.

Een andere interessante uitzondering is het geval van de dieven die een gestolen schaap over een muur van een tuin gooien, waar zij hebben ingebroken. Ook hier passen wij onze verdenking van treifa niet toe, want wij veronderstellen dat de dieven het dier zorgvuldig over de muur gegooid hebben, zodanig dat het veilig op zijn vier pootjes terecht komt, zodat zij onmiddellijk er vandoor kunnen gaan en het dier voor zich kunnen uitjagen. Zo’n val sluit het gevaar van ernstige schade, waardoor een treifa zou ontstaan, uit.

Wat gebeurt er echter wanneer de dieven om een of andere reden spijt krijgen van hun diefstal en het dier teruggooien over de muur, terug de tuin in. Dat hangt ervan af, zegt Rabbi Menasje. Als zij bang waren dat zij gepakt zouden worden, dan veronderstellen wij dat zij geen acht slaan op de veiligehid van het dier en dus veronderstellen wij dat het dier nu treifa is. Maar als de dieven het dier terugbrachten omdat zij berouw hadden gekregen van hun daad en het gestolene wilden teruggeven aan de eigenaar, dan veronderstellen wij dat zij willen dat hun berouw volledig zal zijn en dat zij hun misdaad volledig willen herstellen en dat zij zorgvuldig ervoor zullen zorgen dat zij het schaap terug brengen zoals zij het hebben meegenomen.