Choellien-index


DAF-Notities Nr. 205

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Choelien 56a

Het positieve accentueren en het negatieve elimineren

Het is waarschijnlijk dat een vogel, die door een klein dier in zijn kop gebeten is, een beschadiging van zijn hersenen heeft opgelopen en dat zijn hersenvlies doorboord is en dan is hij treifa. Er zijn onderzoekme­tho­den die kunnen vaststellen of dit inderdaad gebeurd is. Als men een naald over de schedel laat glijden om te zien of die ergens blijft steken in een gat, is dat een nauwkeurigere methode van onderzoek dan een alternatieve suggestie van een van de geleerden, maar men loopt er het risico mee dat men er soms een gat mee maakt dat nog niet bestond.

„Hoelang zul je het geld van de Joden verspillen?” vraagt de ene geleerde aan de voorstander van de naald.

„En hoelang laat jij de Joden treifa vlees eten?” is het antwoord.

In dit antwoord vindt men een echo terug van het debat in Choelien 49b tussen  de geleerden Rava en Rav Pappa betreffende de status van een dier wiens ingewanden geperforeerd zijn en waarvan de perforatie is afgedekt door verboden vet. Terwijl Rava het probleem van het Joodse geld opwerpt, is Rav Pappa meer bezorgd  voor de overtreding  van de Tora-wet tegen het eten van treifa vlees.

In zijn commentaar op de Talmoed wijst Rav Tzvi Chajot op het verschil tussen het strenge standpunt van voornoemde geleerden met betrekking tot het „Joodse geld” en de praktijk die wij vinden in Traktaat Rosj Hasjana en in Traktaat Joma, om geen goud te gebruiken voor de versiering van de Sjofar  die op vastendagen gebruikt wordt en de doos met loten die gebruikt wordt voor de zondebok op Jom Kippoer, op grond van het feit dat „Tora rekening houdt met het geld van de Joden.” In de Sjoelchan Aroech, O.Ch. 656 wordt beslist dat hoewel een Jood verplicht is om al zijn geld op te offeren om overtreding van een verbod te vermijden, hij niet verplicht is om meer dan een vijfde van zijn inkomen te geven om een gebod uit te voeren. Wanneer het gaat om de uitvoering  van de mitswa met betrekking tot de Sjofar en het loten-doosje voor de zondebok, wordt er rekening gehouden met Joods geld. Maar wanneer het gaat om een mogelijke overtreding van de ban van Tora om treifa vlees te eten, dan roepen we: „Hoelang zal je de Joden nog treifa laten eten?”