Choellien-index

DAF-Notities Choelien 67b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Een hele grote vis voor het diner

De Leviatan is een kosjere vis [daarmee wordt niet het dier bedoeld dat in het moderne Hebreeuws met die naam wordt aangeduid en waarmee men een walvis bedoeld].

De traditie zegt dat dit schepsel, een gigantisch zeedier, dat op de vijfde scheppingsdag geschapen werd, uit de zee werd gehaald, maar daar op het einde der dagen in zal worden teruggebracht om te worden opgediend als feestmaal voor de rechtvaardigen. Het wordt in het boek Ijov [Job] (41:6 en 22) beschreven met schubben en vinnen, de kenmerken van een kosjere vis.

Er wordt een interessant probleem opgeworpen door de commentatoren, waarom de Talmoed het nodig vindt om te bezwijzen dat de Leviatan kosjer is. Hoe zou het bij iemand kunnen opkomen, dat de vis die als beloning bij een feestmaaltijd voor de tsaddikiem zal worden opgediend niet kosjer zou zijn?

De Maharsja suggereert dat er nimmer enige twijfel bestond of het vlees van de Leviatan kosjer is. De vraag is echter of het een vis is of een watervogel, een soort gigantische eend. Het bewijs uit Ijov toont aan dat het inderdaad een vis is, met schubben en vinnen, zoals andere kosjere vissen. Dat verzekert ons, dat de rechtvaardigen bij hun grote feestmaal beloond zullen worden met een gigantische vis.