Choellien-index


DAF-Notities Choelien 71b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Noblesse oblige

Mag de zwangere vrouw van een kohen een ziekenhuis binnen­gaan of enig ander gebouw waarin een dode ligt? Zij is immers niet gebonden bij het verbod voor mannelijke kohaniem om in contact te komen met doden. Of moet zij er misschien mee rekening houden dat haar ongeboren kind een jongetje is dat de onreinheid kan aantrekken?

Eén reden waarom zij in contact mag komen met een dode is de uitspraak van Rabba betreffende twee ringen die door een man werden ingeslikt, waarvan de ene rein was, maar de andere onrein. Hoewel de twee ringen elkaar aanraken in de ingewanden van de man, wordt de onreinheid van de ene ring niet overgedragen op de andere, omdat een voorwerp dat geabsorbeerd is binnenin een ander voorwerp noch onreinheid overdragen kan, noch dat overgedragen kan krijgen. Het ongeboren kind in de buik van de moeder is daarom ongevoelig voor onreinheid.

Een andere reden wordt naar voren gebracht door de vroegere commentatoren. Er bestaan twee aparte twijfels betreffende het aantrekken van onreinheid van een ongeboren kind. Ten eerste is daar de onzekerheid of de foetus zal overleven. Zo ja, dan is het nog niet zeker dat het een jongetje zal zijn [dit laatste geldt tegenwoordig niet meer, nu reeds van het ongeboren kind het geslacht met zekerheid kan worden vastgesteld (Zwi)]. En in geval van een dubbele twijfel mag men.soepel zijn.

Maar waarom maakt deze commentator het zich zo moeilijk met deze verklaring wanneer er een duidelijke verklaring in de Talmoed staat?

Vele ingenieuze verkaringen werden ervoor gegeven. De eenvoudigste is dat het geval waarover dat commentaar het heeft, een vrouw betreft die niet alleen een gebouw wilde binnengaan waar een dode lag, maar daar ook wilde bevallen. De verklaring van de Talmoed betreffende het geabsorbeerde voorwerp zou dan niet langer meer opgaan, maar de „dubbele twijfel” wel.