Choellien-index


DAF-Notities Choelien 75b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Een dier dat geen sjechita nodig heeft?

Wanneer een dier naar behoren is geslacht en er wordt een volledig ontwikkeld en levend jong in haar baarmoeder gevonden, dan geeft Tora toestemming om dit ben pakoea te eten zonder dat het geslacht hoeft te worden. We beschouwen alsof met de sjechita op de moeder ook het ongeboren jong geslacht werd.

Onze geleerden waren echter bezorgd dat als de mensen zouden zien dat als men een dier zou eten dat geen sjechita gehad heeft [maar op een andere wijze was gedood], zij ten onrecht zouden denken dat sjechita nimmer nodig is voor geen enkel dier. Daarom stelden zij een decreet in, dat het vlees van een ben pekoea alleen zonder sjechita mag worden gegeten wanneer het wordt gegeten voordat de voeten van het dier de grond geraakt hebben. Zodra de voeten eenmaal de grond geraakt hebben, zodat het dier lijkt op ieder ander normaal geboren dier, kan het niet meer gegeten worden zonder sjechita.

Volgens Tora mag een volledige opgegroeide ben pekoea en haar jong op dezelfde dag geslacht worden, want het Tora-verbod op het slachten van een moeder en haar jong op dezelfde dag geldt alleen voor dieren voor wie sjechita vereist is. Zo ook geldt de verplichting om bepaalde delen van een geslacht dier aan de kohen te geven, niet voor de ben pakoea.

Wanneer de voeten van een ben pakoea eenmaal de grond geraakt hebben en het dier volgens de rabbijnen dus sjechita nodig heeft om te mogen worden gegeten, geldt dan nog het verbod om moeder en kind op één dag te slachten en moeten de bepaalde delen dan toch aan de kohen gegeven worden wanneer het dier geslacht wordt?

De halachische autoriteiten [Sjoelchan Aroech Jore Dera 13:2] zijn het erover eens dat voor wat betreft het eerste probleem, het verboden blijft om de ben pakoea op dezelfde dag te slachten met zijn jong. Maar de geleerden hebben het toch niet helemaal gelijk gesteld met een dier dat volgens Tora sjechita nodig heeft, en daarom is de eigenaar vrijgesteld om de delen aan een kohen  tegeven.