Choellien-index


DAF-Notities Choelien 76b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Waarom een koninklijke naam?

Toen Rabbi Zera uit Babylon in Israël aankwam en hoorde dat Rabbi Jeremiahoe een bepaalde wet vaststelde, bevestigde hij de juistheid daarvan door te berichten dat de Geleerde ‘Arjog’ in Babylon datzelfde reeds gezegd had.

Wie is deze geleerde met die vreemde naam?

De Talmoed identificeert hem met de Geleerde Sjmoeël. Rasji verklaart dat dit een eretitel voor Sjmoeël is op basis van een passoek in Tora waar Arjog geïdentificeerd wordt als de koning van Ellasar [Bereisjiet 14:1].

Om de betekenis van deze titel volledig te begrijpen moeten wij eraan herinneren dat in vele halachische debatten in de Talmoed tussen de Geleerden Rav en Sjmoeël wij beslissen dat in zaken van issoer – dat zijn wetten die regelen wat wel en niet mag worden gedaan – wij gaan volgens de beslissing van Rav, maar volgens financiële zaken gaan we volgens Sjmoeël. Sjmoeëls koninklijke autoriteit in financiële aangelegenheden vindt dus zijn uitdrukking in bovenstaande titel die geleend werd van een beroemde koning uit de geschiedenis.

Maar waarom juist deze koning?

Tosafot [op Sjabbat 53a] suggereert dat in de naam Arjog het woord ari zit opgesloten [de i en de j zijn in het Hebreeuws dezelfde letter], het Hebreeuwse woord voor „leeuw”, de koning der dieren en daarmee wordt de titel meer verheven. [Bovendien is de leeuw het symbool van de koningen van Jehoeda, hetgeen ook de reden is dat wij vaak de namen Arje Jehoeda samen zien gaan].

Een ander commentaar suggereert een vindingrijke benadering: Arjog was koning van Ellasar. Wanneer we de letters van het land waarover hij regeerde, afbreken dan krijgen we de woorden al en asoer, hetgeen vertaald kan worden met „niet in gevallen van issoer.” Op deze manier duidt Arjog het gebied aan waar Sjmoeël superieur was, terwijl Elasar dient om de grenzen aan te geven van zijn gezag.