Choellien-index


DAF-Notities Choelien 78a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Choelien Daf 78a

Vallend fruit

Een zieke boom die zijn vruchten verliest wordt met rode verf gemerkt. Het doel hiervan is, zo legt onze Gemara uit, is niet om een of andere heidense genezing op te roepen, maar om voorbijgangers erop attent te maken en om voor het herstel van de zieke boom te bidden.

De basis hiervoor is het voorschrift van Tora voor iemand die ritueel onrein is geworden door de melaats-achtige ziekte tsara’at. Behalve dat zo iemand van de gemeenschap geïsoleerd wordt en zijn kleren moet scheuren en met ongeknipte haren moet rondlopen, moet de metsora ook overal waar hij gaat „Onrein! Onrein!” uitroepen [Wajjikra 13:45]. Dit moet hij doen, niet alleen om anderen te waarschuwen dat zij niet te dicht in zijn buurt moeten komen en daardoor ook onrein zouden worden, maar ook om medelijden bij de voorbijgangers op te roepen die dan bewogen zullen worden om te bidden voor zijn spoedig herstel.

De conclusie van de Gemara dat ditzelfde gedrag aan te bevelen is voor iedereen die door een of andere tragische omstandigheid moet lijden, vond een interessante toepassing in een opmerking  van de Tora-gigant van onze generatie, HaGaon Rav Joseef Sjalom Eliasjiev sjlita. Hij vraagt aandacht voor een aantekening die staat in de geschriften van een van de grote vroegere Talmoedcommentatoren. Maharit schrijft in zijn commentaar op het eerste hoofdstuk van traktaat Kiddoesjien dat hij vele vernieuwende verklaringen over een bepaald onderwerp had, maar dat hij ze helaas was vergeten.

Wat kan de bedoeling van deze grote schrijver zijn geweest om dit te vermelden? Daar niet van iedereen die dat werk bestudeert verwacht werd dat hij iets nieuws had te bieden op ieder punt, lijkt een dergelijk excuus overbodig. Rav Eliashiev legt uit dat het geen verontschuldiging was, maar een uitnodiging voor degenen die zijn werken bestuderen tijdens zijn leven, om voor hem te bidden, dat hij zich zijn inzichten, die hij beschouwde als vruchten die van de boom van Tora zijn gevallen, weer zou herinneren.