Choellien-index


DAF-Notities Choelien 83a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Choelien Daf 83a - Vier keer per jaar

Wie een dier verkoopt aan zijn collega moet hem informeren

De Tora verbiedt het slachten van een dier en haar jongen op dezelfde dag. Iemand die een dier voor de slacht koopt, hoeft echter niet bezorgd te zijn dat misschien de moeder of het kind ervan reeds op dezelfde dag geslacht was. Noch hoeft iemand die een dier verkoopt de koper te informeren dat hij diezelfde dag ook de moeder of het kalf van het dier verkocht heeft, want hij heeft geen reden om aan te nemen dat de eerste koper de bedoeling had om het dier diezelfde dag van aankoop te slachten.

Er zijn echter vier dagen in het jaar wanneer het de gewoonte is van de Joden om dieren voor hun vlees te slachten en de verkoper moet daarom op die dagen de tweede koper informeren dat er een grote kans is dat de moeder of het kind van het gekochte dier op diezelfde dag geslacht werd door de eerste koper. Deze dagen zijn: erev Rosj Hasjana, erev Pesach, erev Sjawoe’ot en erev Sjemini Atseret. Op deze dagen slachten de Joden dieren om op de komende feestdagen bij hun feestmaal vlees te kunnen eten.

Merkwaardig genoeg missen er twee andere feestdagen aan de lijst – de dag voor de zevende dag van Pesach en erev Soekot. Waarom?

De zevende dag van Pesach is slechts een verlenging van het Pesach-feest, dat reeds uitgebreid gevierd werd, terwijl Sjemini Atseret, dat weliswaar aan het eind van Soekot gevierd wordt, als een zelfstandige feestdag beschouwd wordt en dat is daarom reden voor grotere feestvreugde. Voor wat betreft de eerste dag van Soekot wijst Tosafot erop dat de Joden zo druk bezig zijn met de voorbereidingen van hun soeka waarin zij gaan wonen in de komende week, en met hun loelav en etrog waarmij zijn tijdens het feest zullen zwaaien, dat zij eenvoudig geen tijd hebben om ook nog dieren te slachten op de dag vóór het feest.