Choellien-index


DAF-Notities Choelien 91b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

De Verenigde Stenen

Op zijn weg van Beër Sjewa naar Charan hield Ja’akov Awinoe halt op de Berg Moria, waar hij de nacht doorbracht. Bereisjiet 28:11 vertelt dat „hij nam van de stenen van die plaats en maakte ze tot zijn hoofdkussen.” Maar even verder [ib. 18] staat: „En Ja’akov stond vroeg op ’s ochtends en nam de steen die hij tot zijn hoofdkussen had gemaakt…”.

Had Ja’akov nu een aantal stenen genomen tot hoofdkussen of één steen? Rabbi Jitschak  lost de ogenschijnlijke tegenstelling als volgt op: De stenen begonnen met elkaar ruzie te maken op wie deze tsaddiek zijn hoofd zou mogen laten rusten; iedere steen wilde dat voorrecht hebben. Daarom maakte Hasjem al die stenen op wonderbaarlijke wijze tot één enkele steen.

Rasji vermeldt deze midrasj in zijn commentaar op de Choemasj [ib. 18] maar in vers 11 vermeldt hij een andere midrasj uit Bereisjiet Rabba 68:11, namelijk dat Ja’akov de stenen rondom zijn hoofd legde zodat hij als in een goot lag, om zich zo te beschermen tegen de wilde dieren.  Gebruikte Ja’akov de stenen nu als hoofdkussen of als een barriëre tegen wilde dieren?

De Maharsja biedt de volgende oplossing voor dit probleem:

Ja’akov gebruikt één steen als kussen en legde de andere stenen er rond omheen zodat het leek op een afvoergoot die een bodem en drie zijkanten heeft. Hoewel nu iedere steen voor de tsaddiek diende dat hij veilig kon slapen, waren al de buitenste stenen jaloers op die ene steen waar de tsaddiek zijn hoofd op legde. Toen zij daar allemaal over begonnen te klagen, zorgde Hasjem ervoor dat de steen onder Ja’akov hoofd de overige stenen op at, zodat Ja’kovs hoofd inderdaad op alle stenen lag.

Maar wanneer de stenen die dienden voor de veiligheid door het hoofdkussen werden opgegeten, waar bleef dan de bescherming? Eén antwoord is dat Hasjem met het verorberen van de stenen door het hoofdkussen die bescherming had overgenomen, zodat er geen stenen bescherming meer nodig was. Een andere verklaring kan zijn dat de barriëre stenen niet verdwenen in de „buik” van de hoofdsteen, maar ermee samensmol­ten tot één grote steen, die nog steeds de vorm had van gedeeltelijk hoofdkussen en gedeeltelijk barriëre.