Eroevien-Archief


DAF-Notities Eroevien 2a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach


De hoogte van de korach

Een mavoi is een doorgaans aan één kant doodlopende straat, waarop een aantal binnenhoven uitkomen, waaraan verschillende huizen gelegen zijn. De mavoi komt uit op een doorgaande openbare weg, waar veel mensen dagelijks langs komen en welke men een resjoet harabbiem noemt – openbaar terrein. Hoewel het volgens de Tora-wet verboden is om iets te dragen of te vervoeren over resjoet harabbiem, is dat in een mavoi toegestaan. De Rabbijnen hebben het echter verboden om in een mavoi te dragen, om te voorkomen dat men bij vergissing iets wat men in de mavoi gedragen heeft, ook meeneemt naar de resjoet harabbiem, op welke overtreding zware straf staat. Echter, wanneer men een korach [balk] plaatst boven de toegang van de mavoi naar de resjoet harabbiem, of een lechi [een verticale balk] tegen de zijwanden van die ingang plaatst, dan fungeert dat als een herinnering voor degenen in de mavoi dat men de mavoi gaat verlaten en resjoet harabbiem betreedt, en dan is het toegestaan om in de mavoi op Sjabbat te dragen. Hoe hoog de korach mag zijn wil hij nog opvallen, zodat hij nog fungeert voor zijn doel, is onderwerp van discussie tussen Rabbi Jehoeda en de andere Geleerden. Hoewel de andere Geleerden zeggen dat de korach niet hoger mag liggen dan 20 ammot boven de grond om nog op te vallen, meent Rabbi Jehoeda dat hij veel hoger mag liggen.

We vinden dezelfde discussie over de vraag hoe hoog het schach op een soeka mag liggen. In beide gevallen, zegt de Geleerde Rabba, is de reden van de grens van 20 ammot dat men in het algemeen niet kijkt naar iets dat hoger is dan dat, en het is van doorslaggevend belang dat in beide gevallen de aandacht gevangen wordt.

Maar waarom was het noodzakelijk dat deze zelfde discussie vermeld wordt zowel in de Misjna van ons traktaat als in traktaat Soeka (2a), wanneer het gebaseerd is op hetzelfde principe in beide gevallen? Het antwoord dat de Gemara geeft, is dat als de mening van de Geleerden alleen hier vermeld zou zijn, dan zouden we kunnen veronderstellen dat men weliswaar een balk, die hoger ligt dan 20 ammot niet opmerkt, omdat men er onderdoor en aan voorbij loopt, maar dat men het schach dat hoger ligt dan 20 ammot wel zal opmerken, omdat men enige  tijd in de soeka zit. Daarom vermeldt de Misjna in traktaat Soeka ook nog eens de maximum hoogte van het schach, zodat het binnen oogbereik ligt, overeenkomstig G-ds gebod om in een soeka te wonen „zodat je nakomelingen zullen weten [door het schach te zien] dat Ik jullie in soekot liet wonen toen Ik jullie uit het land Egypte gevoerd heb” [Wajjikra 23:43].

&