Eroevien-Archief


DAF-Notities Eroevien 3a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach


De pan van de buurman

Ieder die ooit wel eens deel uitmaakte van een gemeenschappelijk project, kan de volkswijsheid appriciëren dat de pan van de buurman noch warm, noch koud” is. Dit gezegde wordt gewoonlijk opgevat als blijk van de zinloosheid van de poging om het iedereen naar de zin te maken, omdat er altijd wel iemand zal zijn die het voedsel in de pan koud wil eten en de pan dus te heet vindt, en iemand anders die het voedsel heet wil eten en de pan dus te koud vindt. Dus de pan blijkt uiteindelijk noch warm, noch koud te zijn. Een nadere kijk op deze volkswijsheid in onze Gemara wijst op een andere verklaring.

In twee gevallen vinden we de beperking van een hoogte van 20 amot [± 20 el]. Een korach [balk] die boven de ingang tot een mavoi geplaatst is, ten einde de bewoners aan dat mavoi in de gelegenheid te stellen om daar te dragen op Sjabbat, mag niet hoger liggen dan twintig amot boven straatniveau. Het schach dat een soeka bedekt en dat meer dan twintig amot boven de vloer van de soeka ligt, wordt niet als kosjer beschouwd. Hoe is de wet als de korach en het schach gedeeltelijk binnen die twintig amot en gedeeltelijk daarboven liggen?

Er bestaat een meningsverschil tussen de Geleerden over deze vraag. Wij zullen ons hier alleen concentreren op het standpunt dat door Rabbi Ada bar Matana naar voren wordt gebracht in naam van Rabba. In het geval van een soeka, zo betoogd hij, is schach dat zich op die hoogte bevindt, kosjer, maar in het geval van een korach zal het pasoel (ongeldig) zijn.

De centrale overweging in beide gevallen, legt Rava van Parzeka uit, is of we bezorgd zijn dat als het lager gelegen gedeelte van het schach of van de korach losraakt of verloren gaat, zodat alleen het hoger gelegen gedeelte overblijft. In het geval van de soeka ligt de verantwoordelijkheid om een kosjere soeka te hebben, bij het individu. We kunnen daarom op hem vertrouwen dat hij het schach in de gaten zal houden en zal opmerken als het lager gelegen gedeelte verloren raakt en dat hij de nodige maatregelen zal nemen om de toestand te herstellen. Maar in het geval van de korach wordt de verantwoordelijkheid gedeeld door de bewoners van de aan de mavoi gelegen huizen en hofjes die op de mavoi uitkomen. Het valt daarom te vrezen dat iedereen erop zal vertrouwen dat iemand anders de korach in de gaten zal houden er ervoor zal zorgen en zo zal het niemand opvallen dat het lager gelegen gedeelte verloren is gegaan en dat hetgeen van de korach over is, boven de twintig amot ligt.

Als illustratie van dit punt citeert de Gemara de hierboven aangehaalde uitdrukking over de gemeen­schappelijke pan. Wanneer partners van een gemeenschap betrokken zijn bij het beheer van de ketel, dan, zelfs als is er overeenstemming dat hij heet of koud moet zijn, er reden is om te vrezen dat het overeengekomen resultaat niet bereikt zal worden want ieder lid van de groep zal zich verlaten op een ander lid van de groep dat hij de ketel in de gaten zal houden [dat hij de juiste temperatuur heeft], met als gevolg dat niemand dat zal doen.

&