Eroevien-Archief


DAF-Notities Eroevien 103a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach


Waarom Kohaniem anders zijn

Is er een verschil tussen kohaniem en andere Joden betreffende wat zij mogen doen?

Een kohen is door Tora-wet beperkt in zijn keuze tot de vrouwen met wie hij mag trouwen en tot het in contact komen met de doden. Hij is ook gebonden aan al de wetten van Rabbijnse oorsprong, waar iedere Jood aan gebonden is. De enige uitzondering is de kohen in het Beit HaMikdasj. Het laatste blad van traktaat Eroevien noemt verschillende rabbijnse verboden op, waar de kohaniem bij de uitoefening van hun heilige dienst, niet aangebonden zijn.

De Gemara vraagt of de Geleerden deze verboden alleen voor de kohaniem tijdens hun dienst hebben opgeheven, of dat dit ook gold voor een niet-kohen die zich bezighoudt met een heilige zaak buiten het Beit HaMikdasj.

Abbajjé wijst op een voorbeeld in de Misjna in traktaat Pesachiem (65b) waar het is toegestaan om het vlees van het korban Pesach vlak voor zonsondergang op erev Sjabbat in de oven te zetten, zodat het zal koken en gaar worden op Sjabbat en men het kan eten op de avond van Pesach. Onder normale omstandigheden is het door de Rabbijnen verboden om voedsel vlak voor Sjabbat in een oven of op het fornuis te zetten, tenzij het gekookt of gebraden is en daarmee eetbaar geworden is vóór het begin van Sjabbat. (De reden voor deze beperking is de vrees dat als men ziet dat zijn voedsel niet snel genoeg kookt en gaar is voordat de Sjabbat-maaltijd begint, zichzelf zou vergeten en de hitte van de oven of het fornuis zal opvoeren, om het voedsel sneller te laten gaar worden, hetgeen een overtreding is van de Tora-voorschriften voor Sjabbat.)

Rav Sifra merkt op dat deze Misjna leert dat de Rabbijnse wet hier niet geldt, omdat hier heilig vlees bereid wordt, ondanks dat dit privé thuis gebeurt, en niet in het Beit HaMikdasj.

Toen Rav Josef, de leraar van Abbajjé deze verklaring hoorde, vroeg hij aan zijn leerling waarom hij geen eenvoudig antwoord gegeven had. Zelfs wanneer we veronderstellen dat een individu beperkt is door een Rabbijns verbod, zelfs als hij zich bezig houdt met heilige zaken buiten het Beit HaMikdasj, dan nog is de situatie van het korban Pesach anders. De reden dat de Geleerden hun verboden niet tot de kohaniem in het Beit HaMikdasj hebben uitgestrekt, is omdat zij zerizien ijverig zijn met de uitvoering van hun dienst en zichzelf niet vergeten en daardoor Tora-wetten zouden overtreden, zoals anderen wel doen, voor wie het verbod was ingesteld. Daar het korban Pesach gegrild en gegeten wordt door een heel gezelschap van Joden, mogen we veronderstellen dat hun collectieve ijver ook het verbod overbodig maakt.