Eroevien-Archief


DAF-Notities Eroevien 13b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach


Als men binnen zit maar toch buiten is

Om de mitswa van het wonen in een soeka te vervullen gedurende de Soekot-week, is het niet voldoende om een soeka te hebben van de juiste afmetingen, hoogte en dakbedekking, zoals door Tora is voorgeschreven. Volgens de Geleerden van Beit Sjammai is het volgens Rabbijns voorschrift ook verplicht om een tafel in de soeka te hebben, waaraan men kan eten, want als iemand in zijn soeka zit, terwijl zijn tafel in het huis staat, dan bestaat het gevaar dat hij ongemerkt zichzelf naar de tafel trekt, uit de soeka en het huis in. De Geleerden van Beit Hillel echter zijn van mening dat deze vereiste niet bestaat.

In onze Gemara wordt een verhaal verteld over het bezoek dat de Geleerden van een eerdere generatie van Beit Hillel en Beit Sjammai brachten aan Rabbi Jochanan ben Hachornit, die in zijn soeka bleek te zitten, terwijl zijn tafel in zijn huis stond. De Geleerden van Beit Sjammai vermaan­den hem en vertelden hem dat als dit altijd zijn gewoonte was, dat hij dan nimmer de mitswa van het wonen in een soeka had vervuld.

De eenvoudige verklaring van deze uitspraak is, dat ook al had hij alleen maar een vereiste van de Rabbijnen nagelaten, hij ook het Tora-voorschrift niet had uitgevoerd.

Een parallel hieraan vinden we terug in de woorden van Rabbijn Jona van Gerondi in traktaat Berachot (2a). Hoewel het Tora-gebod om ’s avonds Sjema te zeggen, de hele nacht kan worden uitgevoerd, hebben de Geleerden ingesteld dat men dit vóór middernacht moet doen, opdat men het niet uitstelt en vervolgens in slaap valt zonder dat men het gezegd heeft. Rabbijn Jona schrijft dat het meningsverschil tussen de Geleerden en Rabban Gamliël in de eerste Misjna van traktaat Berachot, gaat over de vraag of men zijn Tora-plicht van het zeggen van Sjema volbracht heeft, wanneer men dat na middernacht gezegd heeft. Hoewel de halacha volgens Rabban Gamliël is, namelijk dat men ook na middernacht nog Sjema kan zeggen, zien we hier aan de mening van de Geleerden die het niet met hem eens zijn, dat als men zich niet houdt aan een Rabbijnse voor­schrift, dit de vervulling van een Tora-gebod ongeldig kan maken.

 &