Eroevien-Archief


DAF-Notities Eroevien 21b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Handvaten en omheiningen

De wetten van Eroevien, die gaan over het vervoeren van voorwerpen van privéterrein naar openbaar terrein op Sjabbat en die in onze Gemara zo in detail besproken worden, zijn niet oorspronkelijk afkomstig uit Tora. Zij vormen een bescherming welke door Koning Sjlomo [Salomo] is ingesteld om te verzekeren dat Joden niet op Sjabbat van privéterrein naar openbaar terrein of omgekeerd iets zullen overbrengen, hetgeen in strijd is met het Tora-verbod daarop.

Een aanwijzing voor het initiatief van Sjlomo is te vinden in het Hebreeuwse woord izeen – hij luisterde – dat gebruikt wordt in Kohelet [Prediker] 12:9: „En behalve wijsheid, verschafte Kohelet ook kennis aan het volk; hij luisterde, onderzocht en maakte vele spreuken.” Het woord izeen heeft dezelfde spelling in het Hebreeuws als het woord oor of handvat. De Geleerde Oella citeert de verklaring van Rabbi Elazar over deze vergelijking tussen de uitspraak van Sjlomo en een handvat op deze manier:

„De Tora was als een mand zonder handvat, totdat Sjlomo kwam en er handvaten aan bevestigde.”

Rasji verklaart dat door de noodzaak van een eroev vast te stellen, om van privéterrein naar een ander terrein te kunnen overbrengen en door de andere rabbinale decreten die hij gemaakt heeft, Sjlomo de Joden in staat stelde zich aan de mitswot van Tora te houden. Want zoals het uitermate lastig is om een mand zonder handvat vast te houden, zo zou het erg moeilijk zijn om de mitswot van Tora te handhaven, wanneer die niet gesteund worden door rabbijnse decreten.

De andere decreten van Sjlomo, zoals het handenwassen voordat men brood eet en het verbod op het huwen met bepaalde familieleden, die niet in het verbod van Tora genoemd worden, zijn  voorbeelden van Rabbijnse decreten, waarvan het doel is, zo legt Rasji uit, om de Joden in staat te stellen zich aan de mitswot van Tora te houden door zich verre te houden van de mogelijkheid van te zondigen.

Deze decreten zijn de vervulling van de verantwoordelijkheid van Tora-leiders, en werden omgeschreven door de Ansjei Knesset HaGedola (de Mannen van de Grote Vergadering) als „het maken van een omheining rondom Tora” (Avot 1:1).

&