Eroevien-Archief


DAF-Notities Eroevien 32a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Hoe betrouwbaar is de agent

Als men op Sjabbat meer dan 2.000 amot (el) voorbij de stadsgrens wil gaan, dan kan dat alleen als men van te voren een eroev techoemiem gemaakt heeft. Men doet dat door vóór Sjabbat voldoende voedsel voor twee maaltijden ergens binnen de techoem neer te zetten. Dan wordt die plek waar dat voedsel ligt, beschouwt alsof hij daar zijn woning gevestigd heeft voor die Sjabbat, en dan mag hij vandaar uit 2.000 amot gaan in iedere richting op Sjabbat.

Een groot deel van het hoofdstuk dat we nu bestuderen gaat over de soorten en hoeveelheden voedsel die gebruikt moeten worden en hoe dat geplaatst moet worden. Ook ontstaat de vraag of men kan vertrouwen op een agent die men gevraagd heeft de eroev ergens neer te leggen, of hij dat inderdaad gedaan heeft.

Er bestaat overeenstemming dat men mag vertrouwen op de agent met betrekking tot een eroev, omdat het alleen maar een Rabbijnse wet is, dat men niet buiten de 2.000 amot mag gaan zonder eroev techoemiem. Maar wanneer het Tora-wetten betreft, is er een meningsverschil tussen Rav Sjesjet, die meent dat we ook in dat geval op de agent kunnen vertrouwen, en Rav Nachman, die meent dat dit alleen beperkt is tot Rabbijnse wetten.

Dit probleem wordt op verschillende plaatsen in de Talmoed genoemd. Misschien het meest bekende geval is dat van de man die een agent uitstuurt om voor hem een vrouw te vinden en met hem te verloven, zonder dat hij enige specificatie geeft. Alas de agent vervolgens overlijdt, zonder te vermelden of hij zijn opdracht heeft uitgevoerd,  en zo ja, met wie, dan is degene die hem heeft uitgestuurd verboden met welke vrouw in de wereld dan ook te trouwen, want die vrouw kan de zuster zijn van de vrouw met wie hij wettelijk getrouwd is. [Bij een verloving volgens de halacha (eroesien of kedoesjien) is het stel officiëel getrouwd, maar woont nog niet samen.]

Een poging om van deze regeling af te leiden dat we op een agent kunnen vertrouwen wordt door de Gemara verworpen (Gittin 64a), omdat dit alleen maar een strenge procedure is die is toegepast uit twijfel over de vraag of de agent zijn opdracht wel of niet heeft uigevoerd.

Tosafot zegt dat er een verschil van mening is tussen de commentatoren over de vraag of we beslissen volgens Rabbi Nachman of Rabbi Sjesjet.

&