Eroevien-Archief


DAF-Notities Eroevien 49a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Wat maakt een Eroev geldig

Wanneer meer dan één huis uitkomt op een binnenplaats, is het verboden om iets vanuit één van deze huizen naar die binnenplaats te brengen op Sjabbat, zelfs al is die binnenplaats volledig omsloten. Dit rabbijns verbod is gebaseerd op de overeenkomst die er bestaat tussen deze situatie en het overbrengen van voorwerpen van privéterrein naar openbaar terrein, hetgeen door Tora verboden is. De gemeenschappelijke binnenplaats lijkt op openbaar terrein, terwijl iedere woning een privéterrein is. Wanneer de mensen voorwerpen van hun woning naar de gemeenschappelijke binnenplaats mogen vervoeren, dan bestaat het gevaar dat mensen bij vergissing ook hun voorwerpen naar de straat zullen over­brengen.

De Geleerden hebben daarom geëist dat men een eroev chatserot maakt. Hiertoe draagt ieder huishouden wat brood bij (of het meel of geld, dat gebruikt gaat worden voor het brood), hetgeen vóór Sjabbat in één van de huizen gelegd wordt. Dit maakt dat huis voor die Sjabbat symbolisch de woning voor al de gezinnen die aan die binneplaats wonen. Daar ze nu beschouwd worden als één groot gezin dat in één woning woont, waarbij de binnenplaats hoort, bestaat er geen gevaar meer dat het vervoeren van voorwerpen van het ene huis naar het andere of van een huis naar de binnenplaats verward zal worden met het overbrengen van privéterrein naar publiek terrein.

Maar wat is precies het wettelijke mechanisme voor ieder gezin, dat het een denkbeeldige partner wordt van het huis waar de eroev ligt?

De Geleerde Sjmoeël ziet het als een daad van verkrijging, waarbij ieder gezin een aandeel in het huis verkrijgt door zijn bijdrage aan het brood.

Waarom eisten de Geleerden brood, in plaats van geld als instrument voor de transactie? Omdat geld niet altijd beschikbaar is op erev Sjabbat, maar brood wel.

De Geleerde Rabba neemt een ander standpunt in. Hij ziet de eroev als een symbool voor het wonen. Daar iemand zich concentreert op de plaats waar zijn voedsel zich bevindt, beschouwen we ieder die heeft bijgedragen aan het voedsel, alsof hij daadwerkelijk woont in het huis waar het voedsel ligt.

De Gemara noemt een aantal gevolgen van de verschillende standpunten. Volgens Sjmoeël moet de eroev de minimum waarde hebben van één proeta [de kleinste munteenheid in de tijd van de Talmoed], om geldig te kunnen zijn als instrument voor de transactie en volgens hem mag ook iets anders dan voedsel gebruikt worden.  Volgens Rabba – en zo is de wet in de Sjoelchan Aroech (O.Ch. 366:3) – moet de eroev uit brood bestaan, want alleen de plaats van iemands voedsel bepaalt wat hij zijn verblijfplaats noemt. En de hoeveelheid voedsel hoeft geen minimale waarde te hebben om het doel te bereiken.