Archief Eroevien

Home-pagina

DAF-Notities Eroevien 53b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

De kortste weg die in werkelijkheid de langste is

„Welke weg leidt naar de stad?” vroeg Rabbi Jehosjoea ben Chanina aan een jongeman die langs de kant van de weg op een kruispunt zat. „Dit is de kortste weg,” antwoordde de jongen, terwijl hij op één van de wegen wees, „maar hij is langer. De andere weg is langer, maar korter.”

Rabbi Jehosjoea besloot de eerste weg te nemen, die als de kortste genoemd was, maar toen hij de stad naderde, vond hij de toegang geblokkeerd met tuinen en boomgaarden. Hij keerde terug naar het kruispunt en verweet de jonge gids dat hij een weg als de kortste genoemd had, die de verkeerde weg bleek te zijn. „Maar ik heb u toch gezegd dat die weg de kortste qua afstand is, maar dat hij langer duurt om uw doel te bereiken.”

De Geleerde was zo onder de indruk van de wijsheid van de jongen, dat hij hem op zijn hoofd kuste en uitriep: „Hoe gelukkig bent u, Israël, dat heel uw volk, van jong tot oud, wijs is!”

Er worden door de commentatoren (Maharsja en Eets Chajiem) verscheidene verklaringen gegeven voor de vraag hoe het mogelijk is dat de Geleerde de aanwijzingen van de jongen verkeerd verstond. Wat misschien nog moeilijker is te begrijpen, is waarom dit verhaal juist op deze plaats in de Gemara vermeld wordt.

Eén idee is dat het dient als een grafische illustratie van hoe zorgvuldig men moet zijn om zich op de juiste manier uit te drukken en hoe zorgvuldig met moet zijn om de nuances in de woorden van een ander te begrijpen, hetgeen besproken werd in de vorige Gemara. Ijoen Ja’akov ziet dit verhaal echter als een allegorische introductie tot de volgende Gemara, die uitweidt over de manier waarop iemand Tora leert en zich dat herinnert. Tora wordt verschillende keren in Tanach vergeleken met een weg. Er zijn mensen die graag een Tora-geleerde zouden willen zijn, maar die opzien tegen de inspanning die zij daarvoor moeten doen en tegen de offers die zij daarvoor moeten brengen, maar die nodig zijn om het doel te bereiken. Zij denken dom genoeg dat er een kortere weg is die naar de „stad” van Tora-kennis leidt. Rabbi Jehosjoea ervoer dat de weg die het makkelijkst leek, niet de weg was die hem op zijn bestemming bracht. Daarom prees hij de jongeman, dat hij hem een belangrijke levensles geleerd had en aarzelde hij niet om voor generaties vast te leggen dat het maar een jongen was die hem deze wijze les geleerd had.