Archief Eroevien

Home-pagina

DAF-Notities Eroevien 54b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

De langzame student

Rabbi Preida had een student aan wie hij het zelfde materiaal 400 maal moest leren, voordat de student het begreep. Op een dag vertelde hij de student dat hij die dag vroeger moest weggaan dan gewoonlijk, ten einde een bepaalde mitswa te kunnen doen. Hoewel Rabbi Preida erin slaagde hem de les toch 400 keer te leren, slaagde de student er niet in de stof te begrijpen.

„Wat is er aan de hand?” vroeg Rabbi Preida.

„Sinds dat u mij vertelde dat u eerder zou vertrekken vandaag,” antwoordde de leerling, „moet ik daar steeds aan denken en kan ik mij niet concentreren.”

„Concentreer je dan nu op je studie,” instrueerde Rabbi Preida, „dan zal ik het je nogmaals 400 maal leren.”

Een stem uit de Hemel, welke de G-ddelijke instemming met Rabbi Preida’s voornemen uitdrukte, deed hem het volgende ongewone aanbod: „Aan welke beloning geef je de voorkeur: 400 jaar langer te mogen leven of de garantie op een plaats in de Komende Wereld voor jou en je hele generatie?”

„Wanneer de keus aan mij is,” antwoordde hij, „dan geef ik er de voorkeur aan dat ik en heel mijn generatie de Komende Wereld mogen verdienen.”

Daarop sprak Hasjem en gaf opdracht aan Zijn engelen: „Geef hem nog eens 400 jaar leven èn de Komende Wereld voor hem en zijn generatie.”

Dit aandoenlijke Talmoed-verhaal leert ons een belangrijke les over hoe opvoeders langzame leerlingen moeten benaderen. Een leerling die het nodig heeft om iets 400 keer, en desnoods 800 keer te leren, zal zijn doel bereiken, ondanks zijn handicap, als hij een leraar heeft met voldoende geduld om hem hetzelfde materiaal over en over te onderwijzen. Zo’n geduld voor het overbrengen van Hasjems Tora aan zelfs de langzaamste leerling, verdient een lang leven in deze wereld, terwijl het kapitaal van het krediet bewaard wordt tot de Komende Wereld.