Eroevien-Archief


DAF-Notities Eroevien 64b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Het uitslapen of een nuchter makende les

Nuchter en niet beschonken zijn is een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen davvenen en om te kunnen oorde­len over halachische problemen. Maar zelfs als men onder de invloed van wijn is gekomen, zegt de Geleerde Rami bar Abba, kan men terugkeren tot een nuchtere toestand door een mil (ongeveer een kilometer) te lopen of door een beetje te slapen.

Rabbi Nachman geeft echter, in naam van Rabba bar Avoeha, een nadere toelichting op deze ontnuchterende oplossing: alleen als men een revi’iet (86 gram) wijn heeft gedronken, heeft slaap een ontnuchterende werking. Maar als men meer dan dat gedronken heeft, maakt slapen alleen maar nog meer dronken.

Deze halacha kan ons helpen een halacha te verklaren die in de Sjoelchan Aroech (Orach Chaim 695:2) staat, gebaseerd op de uitspraak van de Geleerde Rava (traktaat Megilla 7a), namelijk dat men op Poeriem zoveel wijn moet drinken dat men geen verschil meer weet tussen „vervloekt is Haman en gezegend is Mordechai.” In tegenstelling tot de letterlijke interpretatie, die excessief drinken suggereert, citeert de Rema een mening dat het voldoende is iets meer te drinken dan men normaal gewend is, om dan te gaan slapen, „daar wanneer men slaapt men geen onderscheid kent tussen ‘vervloekt is Haman en gezegend is Mordechai.’ ”

Op basis van de hierboven vermelde Gemara over de verhouding tussen wijn en slaap, kan men echter concluderen dat het niet de door de drank veroorzaakte slaap is, die de op Poeriem voorgeschreven staat van verwarring veroorzaakt, die de Rema aanbeveelt, maar het is de mate van beneveling die door de slaap veroorzaakt wordt na het drinken van meer dan de gebruikelijke hoeveelheid van een revi’iet wijn.