Eroevien-Archief


DAF-Notities Eroevien 65a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Lange en korte dagen

„Heeft vader geen slaap nodig?”

Deze vraag stelde de dochter van Rav Chisda aan haar vader, toen zij opmerkte dat hij zijn slaap verwaarloosde om Tora te kunnen studeren.

„Er zullen dagen komen,” antwoordde hij, „die lang en kort zullen zijn en dan zullen we genoeg tijd hebben om te slapen.”

Hoe kunnen dagen zowel lang als kort zijn?

Maharsja legt uit dat „lang” hier betrekking heeft op de eeuwigheid van het leven hierna, dat in Tora beschreven wordt als „de lengte van dagen,” die men verdient als men leeft volgens Tora. De gelegenheid om die beloning te verdienen echter, bestaat alleen tijdens iemands leven hier op aarde. Dit wordt uitgedrukt in het commentaar van de Talmoed (Eroevien  22a) op het gebruik van Tora van de uitdrukking „vandaag” (in Deut. 7:11) in verband met het doen van de mitswot die door Hasjem geboden zijn. „Vandaag is deze wereld, het moment om de mitswot te doen,” zeggen onze Geleerden, „en morgen is de Komende Wereld, de tijd om de beloning in ontvangst te nemen voor het doen van de mitswot.”

Het woord ‘kort’ dat Rav Chisda gebruikte in zijn antwoord aan zijn dochter, slaat op de totale afwezigheid  van enige mogelijkheid om mitswot te doen en beloning te krijgen zodra het leven in deze wereld tot een einde is gekomen.

Dit is het „lang” en het „kort” van Rav Chisda’s perspectief op het leven en het leven hierna en het verklaart waarom hij zijn tijd niet wilde verdoen met slapen, wanneer de eeuwigheid op het spel staat.