Eroevien-Archief


DAF-Notities Eroevien 76a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach


 

Het maken van een verbinding

Wanneer kunnen de bewoners van twee aan elkaar grenzende binnenhofjes een gemeenschappe­lijke eroev maken, opdat men voorwerpen kan overbrengen van de een naar de ander?

Het antwoord is: als men een opening in de muur tussen de beide hofjes maakt, dan kan een dergelijke eroev gemaakt worden. Maar als de opening niet meer dan een raam is, die de beide hofjes met elkaar verbindt en de bewoners van de binnenhofjes willen door dat raam voorwerpen aan elkaar doorgeven, dan moet het raam minstens vier ´ vier handbreedtes meten. Wat is de reden voor deze afmetingen?

Eén mogelijk antwoord is dat het bepaald wordt door de regel van lavoed, die zegt dat een afscheiding die kleiner is dan een bepaald minimum, als niet bestaand beschouwd wordt. Dit is een wet die een halacha leMosjé miSinai genoemd wordt – een wet die Mosjé Rabbeinoe op Sinai van Hasjem gehoord heeft, maar die hij niet heeft opgeschreven in de Geschreven Tora. Hij wordt op vele plaatsen in de Talmoed toegepast. Hij komt voor in ons traktaat (Eroevien 9a) met betrekking tot een kora (dwarsbalk) die boven de ingang van een mavoi geplaatst wordt en die niet helemaal tot aan de muren aan weerszijden van de ingang reikt.

Maar als lavoed de verklaring is, dan moeten we concluderen dat onze Misjna, waarmee het zevende hoofdstuk begint, in overeenstemming is met de mening van Rabbi Sjim’on ben Gamliël, namelijk dat iedere afscheiding van minder dan vier handbreedtes beschouwd moet worden alsof die niet bestaat. De meerderheid van de Geleerden echter, zijn van mening dat lavoed alleen van toepassing kan zijn als de scheiding minder dan drie handbreedtes is.

De Gemara verwerpt deze klaarblijkelijk steun voor een minderheidsstandpunt. Onze Misjna is inderdaad consistent met de meerderheidsstandpunt dat lavoed niet kan worden toegepast als er een afscheiding is van drie handbreedtes of meer. Maar zelfs als zulk een afscheiding bestaat, kunnen we de twee binnenplaatsen niet als met elkaar verbonden beschouwen, want alles wat minder dan vier ´ vier handbreedtes meet, kan niet als een doorgang beschouwd worden.