Archief-Mo'eed Katan


DAF-Notities Mo'eed Katan 4b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

De extra inspanning van een extra amma

De Misjna zegt dat het toegestaan is om een irrigatiekanaal dat is beschadigd, te herstellen op Chol HaMo’eed.

De Gemara vraagt: Wat voor schade wordt er hier bedoeld?

R. Abba antwoordt: Wanneer een irrigatiekanaal oorspronkelijk 6 tefachiem diep was en het is dichtgeslibt totdat het nog slechts 1 tefach diep is dan mag men 5 tefachiem uitbaggeren.

De Gemara vraagt: Het is duidelijk dat men een kanaal van 3 tefachiem diep, dat tot een ˝ tefach is dichtgeslibt, niet mag uitbaggeren, want het water kan niet behoorlijk stromen door een kanaal van slechts 3 tefachiem diep [dus dat is nutteloze inspanning]. En het is ook duidelijk dat men een kanaal van 12 tefachiem diep, dat is dichtgeslibt tot twee tefachiem ook niet mag uitbaggeren, want het vergt te veel inspanning om 10 tefachiem uit te baggeren. Maar hoe zit dat met een kanaal van 7 tefachiem diep, dat is dichtgeslibt tot 2 tefachiem diep. Mag men die 5 tefachiem uitbaggeren, zoals in het voorbeeld van R. Abba, of is dat in dit geval te veel inspanning omdat hij zich nu één tefach dieper moet buigen [n.l. tot 7 tefachiem) en is dat daarom verboden?

De Gemara heeft er geen antwoord op.

Iemand huurde eens arbeiders om een irrigatiekanaal rond zijn land te graven, 50 ammot in het vierkant en 11/3 amma [= 8 tefachiem – handbreedtes] diep. Aan de westkant van zijn veld hadden de werkers slechts één amma diep gegraven over de hele lengte van het veld, in plaats van de vereiste 11/3 amma. De eigenaar betaalde de werkers wat hen toekwam, nadat hij het nodige voor het incomplete werk had afgetrokken en huurde twee andere arbeiders voor het resterende werk, zodat het veld overal gelijkmatig bevloeid zou worden.

De eerste arbeider ging aan het werk en groef over de hele lengte het kanaal 1/6 amma dieper uit, de helft dus van de vereiste 1/3 amma, en liet de resterende 1/3 amma voor zijn collega over.

Toen de tweede arbeider zag wat er gebeurd was, werd hij kwaad, omdat hij nu het diepere deel van het kanaal moest graven, hetgeen meer inspanning vergde. Waarom had die niet de halve lengte tot 1/3 amma uitgegraven, om voor hem de andere helft over te laten? Hij eisde van de eerste arbeider compensatie.

De zaak kwam voor de Ben Iesj Chai zt”l. Na beiden gehoord te hebben, gaf de Ben Iesj Chai zijn mening: De juiste benadering hier is te vinden in Mo’eed Katan 4b, waar de vraag wordt opgeworpen of het graven van een extra tefach diep op Chol HaMo’eed is toegestaan om een verlies te voorkomen, of verboden is omdat dit te veel inspanning vergt. Hoewel de Gemara de vraag of dit is toegestaan op Chol HaMo’eed onbeantwoord laat, is het duidelijk dat de Gemara dit dieper graven daar als extra inspanning vergt. In een financiëel geschil moeten we dit zeker in beschouwing nemen. Een expert moet de extra inspanning berekenen die nodig is om deze extra 1/6 amma graven in geldwaarde uit te drukken en de arbeider die het diepere gedeelte van het kanaal moest graven, moet dat verschil uitbetaald krijgen!