Archief-Mo'eed Katan


DAF-Notities Mo'eed Katan 16-22

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

De kracht van het gesproken woord

Een woord is veel meer dan alleen maar een woord”, zeggen onze Geleerden.

In onze Gemara vinden we dat de Geleerde Sjmoeël een condoleance bezoek brengt aan zijn broer Pinchas, die een kind verloren heeft. Hij vraagt hem waarom hij zijn vingernagels laat groeien, hoewel het toegestaan is die te knippen. Pinchas antwoordt: Wanneer jou zo’n tragedie was overvallen, zou je dan ook zo onverschillig reageren?” Deze reactie noemt de Gemara een voorbeeld van een vergissing van de machthebber” (Kohelet 10:5).  Het resultaat van deze kennelijke verspreking was dat Sjmoeël zelf spoedig daarna zijn zoon verloor omdat er een verbond van de lippen” bestaat – een gesproken woord heeft de macht om in vervulling te gaan. Als bewijs van deze kracht citeert Rav Jochanan een uitspraak van Awraham Awinoe tegen de twee jongemannen, die hem begeleidden, toen hij op weg was om zijn zoon Jitschak te offeren. Blijf hier,” zei hij tegen hen, en ik en de jongen zullen bij jullie terugkomen” (Beeisjiet 22:5). En inderdaad, zij beiden kwamen terug.

Tosafot vraagt waarom Rav Jochanan een voorbeeld van een gesproken woord geeft, dat een gunstig resultaat heeft, als bewijs dat zulk een kracht ook een negatief resultaat kan hebben, zoals in het geval van Sjmoeël. Zou het niet logischer zijn om een andere Gemara (Berachot 19a) als bewijs aan te halen, „dat men nooit de mond van Satan moet openen” – dat wil zeggen, dat men nooit iets schadelijks moet zeggen over zichzelf, zoals wanneer men verklaart dat men nog niet genoeg geleden heeft voor zijn zonden?

Maharsja verklaart het verschil tussen deze twee soorten krachten van het gesproken woord. In het geval van traktaat Berachot heeft de persoon het over zichzelf, waarmee hij positie van de aanklagende engel – Satan – sterk maakt door zijn zelf-beschuldiging, waardoor de G-ddelijke Attribuut van de Genade verzwakt wordt. In het geval van Sjmoeël, zowel als in het geval van Awraham wordt de uitspraak over iemand anders gedaan, ten goede of ten slechte, en dat wordt beschouwd als een onbewuste profetie, die in vervulling gaat.