Archief-Mo'eed Katan


DAF-Notities Mo'eed Katan 20b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Leren van de voorvaderen

Kunnen we een halacha leren van een gebeurtenis in Tora, die plaats vond voordat Tora gegeven werd? We schijnen tegenstrijdige signalen te krijgen over dit onderwerp, van verklaringen in de Jeruzalemse Talmoed, die Tosafot in ons traktaat citeert. Voor de bron van een zeven dagen durende rouw, citeert een vers in de profetie van Amos (8:10), waar wordt aangekondigd dat een feestdag zal veranderen in een rouwdag. Waarom, vraagt Tosafot, leren we deze zeven dagen durende rouw niet van de rouw die Joséf voor zijn vader in acht nam (Bereisjiet 50:10)?

Rabbijn Zwi Hirsch Chajot, wiens commentaar achterin de Wilna Sjas staat, vraagt aandacht voor deze tegenstrijdigheid, betreffende het leren van gebeurtenissen die plaats vonden voordat de Tora was gegeven. Hij verwijst ons naar zijn Torat HaNeviïem”, waar hij dit onderwerp uitgebreid bespreekt. In zijn alomvattend overzicht van alle wetten die we al dan niet leren van gebeurtenissen vóór Tora, schrijft hij dat zijn uitgangspunt is, dat alleen wanneer er iets is, waarvan de logica zegt dat het een juist gedrag was, wij een bron uit de pre-Tora-periode citeren als een Bijbelse bron om dat te doen. Het niet vermengen van Simcha’s, zodat de juiste aandacht gegeven kan worden voor elk van de simcha’s, is logisch, zoals Tosafot zelf opmerkt. Daarom kunnen wij ons verlaten op het voorbeeld van Lawan en Ja’akov als steun. De lengte van de rouwtijd echter, is meer een kwestie van wet dan van logica en kan daarom niet afgeleid worden van wat Joséf deed voor zijn vader in pré-Tora-tijden.