Archief-Mo'eed Katan


DAF-Notities Mo'eed Katan 26a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

De paradox van een overlijden

Het overlijden van tsaddikiem wordt vergeleken met de rode koe, waarvan de as gebruikt wordt om reiniging te verkrijgen voor die Joden, die spiritueel onrein zijn geworden door contact met een dode.

Als bron voor deze vergelijking noemt Rav Ami het feit dat het hoofdstuk over de wetten voor de rode koe (Bamidbar 19) gevolgd wordt door het verslag van het overlijden van Miriam (Bamidbar 20:1). Dat is om ons te leren dat net zoals de rode koe dient voor verzoening (het wordt in Bamidbar 20:9 als een zondoffer genoemd – Marhasja), zo werkt ook de dood van een tsaddiek als een verzoening.

Een interessante verklaring voor deze vergelijking wordt gegeven door Rabbijn Jonatan Eibeschitz in zijn klassieke werk Ja’arot Devasj, tegen de achtergrond van de paradox die zweeft boven de kracht van de rode koe om reiniging te verkrijgen: terwijl het sprenkelen van de as daarvan op een verontreinigd persoon, op de manier zoals Tora voorschrijft, hem rein maakt, worden degenen die zich met dit sprenkeling-proces bezig houden, er onrein van.

Deze paradox van het reinigen van de onreine, dat de reine onrein maakt” gaat ieder menselijk begrip te boven en wordt daarom een chok genoemd. Een soortgelijke paradox bestaat er betreffende het gevolg van de dood van een tsaddiek. Net zoals de as van de rode koe reiniging verkrijgt voor de onreine op een of andere mystieke manier, zo ook verkrijgt de dood van de tsaddiek op een of andere mystieke manier verzoening voor de zonden van de generatie van de tsaddiek. Maar voor de leerlingen van de tsaddiek en hen die hem nabij waren en die profiteerden van zijn leiding, is zijn dood een enorm gemis, want zij hebben de bron van hun kennis en inspiratie verloren. Over hen kan gezegd wordem dat  de reine onrein geworden is” ten gevolge van het verlies.