Zevachiem-index

DAF-Notities Nr. 126 – Zevachiem 102a
Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

 

Daf 102a

Respect voor het Koningschap

Hoe hoort men zich te gedragen tegenover het koningschap? Met groot respect, zeggen onze Geleerden en ze citeren twee voorbeelden uit de Bijbel.

Het model voor Rabbi Jannai is Mosjé Rabbeinoe, die tegen Par’o zei  dat na de plaag van de eerstgeborene: „Dan zullen al uw dienaren afdalen tot mij en zich voor mij neerwerpen en zeggen: ‘ga weg, U en al het volk dat onder uw leiding staat,’ enz.” [Sjemot 11:8]. Hoewel de bedoeling van deze waarschuwing was, dat de heerser over Egypte zelf vernederd zou worden wanneer dit uiteindelijk zou gebeuren [Sjemot 12:31], zei Mosjé dit niet expliciet uit respect voor de koning.

Rabbi Jochanan wijst op de profeet Eliahoe, waarover geschrevens staat [Melachiem I, 18:46] dat „de hand van Hasjem was op Eliahoe en hij omgordde zijn lendenen en rende voor Achav”. Rasji legt uit dat de koning alleen was en dat de profeet voor hem uit rende als een escorte. Radak zegt dat alleen het feit dat hij rende, reeds een blijk van respect was.

Waarom verdiende zelfs zulke wrede tirannen als Par’o en Achav te worden geëerd?

Mahasja haalt een uitspraak aan van onze geleerden in traktaat Berachot [58a], dat een aartse regering een afspiegeling is van de G-ddelijk regering. Wie geen respect toont  voor een koning hier beneden is al spoedig schuldig aan gebrek aan respect voor de Koning boven.