Zevachiem-index

DAF-Notities Nr. 130 – Zevachiem 108b
Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

 

Daf 108b

De geheimzinnige boodschapper

De Tora verbiedt offers te brengen buiten het Misjkan of buiten het Beit Hamikdasj en waarschuwt, dat wie zich daaraan schuldig maakt, gestraft wordt met kareet – uitroeiing [Wajjikra 17:9]. De vraag komt echter op of men hiermee gestraft wordt alleen wanneer men zo’n offer brengt op een altaar, of ook wanneer men zijn offer gewoon op een willekeurige steen of rots legt.

In tegenstelling tot de mening van Rabbi Jossi, is het de mening van Rabbi Sjim’on, dat zelfs het offeren van een dier op een enkele rotsblok reeds een heilige aangelegenheid is waarvoor men strafbaar wordt beschouwd als men dat buiten de door G.-d aangewezen plaats doet. Als steun voor zijn mening haalt hij een voorbeeld van Manoach aan, de vader van Sjimsjon. Na door een mysterieuze boodschapper hem voorspeld heeft dat zijn reeds lange tijd onvruchtbare vrouw hem een zoon zal schenken, neemt hij een geitejong en legt dat op een rots, als offer voor Hasjem.

Rabbi Jossi echter verwerpt dit bewijs omdat Manoach handelde in overeenstemming met een Hemels gebod dat hem machtigde het offer te brengen op een abnormale manier. Het feit dat hij in staat was zo’n offer te brengen buiten het Misjkan dat toen in Sjilo stond, bewijst dat het hem was toegestaan af te wijken van de gebruikelijke regels op grond van een hemels gebod.

Maar waar vinden wij zulk een gebod, dat alleen maar kan worden gegeven door G-d of door een van Zijn boodschappers? Het antwoord ligt in de woorden van die mysterieuze vreemdeling, waarvan Manoach veronderstelde dat hij een menselijke profeet was, die hij wilde eren door hem te onthalen met een geitejong dat hij had voorbereid voor de slacht. „Ik zal je voedsel niet eten,” zei de vreemdeling, die in werkelijkheid een Hemelse engel was, „maar wanneer je het wilt offeren als een ‘ola voor Hasjem, dan mag je dat doen” (ibid. 13:16).

Pas nadat die vreemdeling op wonderbaarlijke wijze vuur uit die rots te voorschijn bracht om het offer te verteren waarna hij opsteeg naar de Hemel in de vlammen van dat vuur, realiseerde Manoach zich dat de vreemdeling geen profeet was, maar een engel.