Zevachiem-index

DAF-Notities Nr. 134 - Zevachiem 118a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Huis en tent

Het Misjkan heeft, voordat het Beit Hamikdasj in Jeruzalem gebouwd werd, de langste tijd, 369 jaar in Sjilo gestaan.

Rabbi Jochanan vraagt aandacht voor de kennelijk tegenstrijdige beschrijvingen die te vinden zijn in onze bronnen over dit Heiligdom. Toen Chana haar zoon Sjmoeël naar Sjilo bracht, ter vervulling van haar eed om haar lang verwachte kind te wijden aan de dienst van Hasjem in Zijn Heiligdom, wordt ons verteld dat „zij hem bracht naar het huis van G-d (Sjmoeël I, 1:24). Maar als Koning David spreekt over de verwoesting van het Misjkan in Sjilo heeft hij het in twee verzen over een tent (Tehilliem 87:60 en 67).

De oplossing die deze geleerde voorstelt, is dat het heiligdom in Sjilo zowel de eigenschappen van een tent als die van een huis had. In tegenstelling tot de met goud overdekte muren van het Misjkan in de woestijn en de eerste veertien jaar in Erets Jisraël in Gilgal, waren de muren in Sjilo van steen. Het dak echter, was van hetzelfde materiaal gemaakt als zijn voorganger: tapijten en dierenhuiden. De stenen muren gaven het dus het aanzien van een huis, de dakbedekking echter maakte dat het de gelijkenis had met een tent.

Maharsja wijst erop dat de eerste passage, dat handelt over Sjilo in zijn glorietijd, het beschrijft als een huis, hetgeen stabiliteit symboliseert. De passage die zijn vernietiging beschrijft daarentegen, beschrijft het als een tent, het symbool van een tijdelijke woning.

Deze vermenging van permanentie en tijdelijkheid kan ook verklaren waarom de Tora Sjilo beschrijft als een „rustplaats” en het Beit Hamikdasj in Jeroesjalajim als „de erfenis” (Dewariem 12:9). Sjilo werd gebouwd toen de Joden ten slotte konden uitrusten van hun verovering van het land en zijn verdeling. Het heiligdom genoot in zekere mate de permanentie van een „huis” – 369 jaar – maar het bleek slechts een „tent” te zijn in vergelijking met de permanentie van het Beit Hamikdasj.