Zevachiem-index

DAF-Notities Nr. 135 - Zevachiem 118b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Waar oost en west elkaar ontmoeten

Het stuk grond waarop het Beit Hamikdasj stond, zegt Rabbi Chama bar Chanina, was verdeeld tussen de stammen van Jehoeda en Binjamin. Het oostelijke deel, waar de ingang van de Tempelberg en de voorhof lag die leidde naar het altaar, was van Jehoeda. Het westelijke deel, waarop het Heiligdom stond, was van Binjamin. Het altaar zelf stond op het grondgebied van Binjamin, maar een nauwe corridor strekte zich uit van het grondgebied van Jehoeda en dat omvatte de oostelijke muur van het altaar.

De brave Binjamin had in een G-ddelijke openbaring gezien dat hij niet het hele altaar op zijn grondgebied zou krijgen en hij was er zeer bedroefd over dat hij die corridor niet kon krijgen, zodat het hele altaar op zijn grondgebied zou staan. Als beloning voor dit heilige verlangen was hem de eer gegeven dat de Heilige Aanwezigheid op zijn grondgebied zou rusten, in het westelijke deel van het Beit Hamikdasj, hetgeen zijn grondgebied was.

Dit leert ons, zegt Rabbi Ja’akov bar Sjlomo Ibn Chovav, de auteur van Ein Ja’akov, dat wanneer iemand een ambitie heeft om persoonlijk een mitswa te volvoeren met zijn eigen inspanning en hulpmiddelen, dan wordt die ambitie niet beschouwd als een uitdrukking van egocentrisch verlangen naar eer, maar eerder als een demonstratie van een wil om Hasjem te dienen, hetgeen lof en beloning verdient.