Zevachiem-index

DAF-Notities Nr. 136 - Zevachiem 120a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Het privé-altaar

Na hun militaire overwinning op de Filistijnen, maakten de Israëlieten onder leiding van Koning Sjaoel de dieren van hun verslagen vijanden buiten, heiligden hen als sjelamiem – vredeoffers – en slachtten hen. Toen de koning hoorde dat het volk, in hun haast het vlees van de offers opaten, voordat het bloed op het altaar geplengd was, vermaande hij hen:

„En hij zei: jullie waren ontrouw. Rol vandaag een heel groot rotsblok naar mij toe” (Sjmoeël I, 14:33).

Het doel van het rotsblok was om te dienen als altaar, waarop het offerbloed geplengd kon worden, waarna het vlees gepermitteerd zou zijn voor consumptie. Dit vond plaats na de ver­woesting van het Misjkan in Sjilo, toen het was toegestaan om overal offers te brengen op privé-altaren, ondanks dat het grote gemeenschappelijke altaar in Nov stond.

Sjaoels aandringen dat het volk een altaar zou maken waar de offerdienst zou plaatsvinden, terwijl het nog dag was, schijnt datgene wat in de volgende passage vermeld staat, tegen te spreken: „Alle mensen brachten ’s avonds hun ossen en slachtten ze daar” (ibid 14:34). Deze ogenschijn­lijke tegenstelling die rabbi Elazar naar voren brengt wordt opgelost op twee  verschillende manie­ren, die tot tegenstrijdige halachische conclusies leiden.

De benadering van de geleerde Sjmoeël is dat de passage die het heeft over het slachten van de dieren in de avond, betrekking heeft op die dieren die niet gewijd waren voor de offerdienst en daarom bestond er voor hen geen restricite wanneer zij geslacht mochten worden. De dieren die gewijd waren als offerdieren echter, moesten overdag geslacht worden, zoals alle offers, ook wanneer hun dienst op een privé altaar werd gedaan.

De geleerde Rav echter, verklaart dat alle dieren, die in deze passages genoemd worden, gewijde offerdieren waren. Die welke gewijd waren om te worden geofferd op het gemeente altaar mochten alleen overdag geslacht worden, ook al werd deze dienst uitgevoerd op een privé-altaar. Maar die, welke oorspronkelijk bestemd waren voor een privé-altaar hadden niet zulk een beperking en mochten ook ’s avonds geslacht worden.

Samenvattend stelt de Gemara, dat Rav het slachten van een offer ’s avonds op een privé-altaar toestaat, terwijl Sjmoeël het verbiedt.