Zevachiem-index

DAF-Notities Nr 76 – Zevachiem 12a

Een kwestie van voorrang

Het korban Pesach – het paaslam, waarvan het bloed en het vet op het altaar geofferd wordt en waarvan het vlees op de avond van Pesach gegeten wordt – moet geslacht worden op de veertiende van de maand Niessan, de dag voor Pesach. Of de tijd voor het slachten beperkt is tot de middag, of dat het ook in de ochtend geslacht kan worden, is een onderwerp van menings­verschil tussen de geleerden.

Volgens de geleerde Ben Besera mag het ook in de ochtenduren geslacht worden. Maar wanneer men het ook in de middag nog niet geslacht heeft vóór dat de tijd van het namiddag-offer – het korban tamied – is aangebroken, dan gaat het tamied voor.

Hoe kan het zijn, vraagt de Gemara, dat een offer dat reeds vroeger op de dag geofferd had kunnen worden, nu plaats moet maken voor een ander offer, waarvan de voorgeschreven tijd later is?

De voorrangsregel in zo’n geval, is het antwoord, is te vinden in de wet van de tefilla zoals geleerd wordt door Rabbi Jochanan. De moesaf-dienst, die op Sjabbat gezegd wordt en op feestdagen en Rosj Chodesj, mag de hele dag gezegd worden, vanaf de ochtend. Maar wanneer men nog geen moesaf gezegd heeft en de tijd voor mincha in de namiddag is aangebroken, dan moet men eerst mincha zeggen.

De reden voor deze voorrang in beide gevallen, zowel voor het korban als voor de tefilla is, dat iets dat vaker gedaan wordt op een bepaalde tijd, voorrang heeft boven iets dat minder regelmatig voorkomt. Zo ook doen wij eerst een talliet om, die wij iedere dag, ook op Sjabbat en feestdagen omdoen en daarna leggen wij tefillien, die wij niet op Sjabbat en feestdagen leggen.

(Door Rabbijn Mendel Weinbach, Jesjivat Ohr Somayag)