Zevachiem-index

DAF-Notities Nr 78 – Zevachiem 14a

Het speciale offer

„Zij slachtten het Pesach-offer en de kohaniem sprenkelden het bloed met hun handen (op het altaar) en de Levieten stroopten (de karkassen)” [Divrei Hajamiem II, 35:11].

Dit is de beschrijving van de dienst zoals die werd uitgeoefend bij het Pesach-offer in een jaar tijdens de regering van de rechtvaardige Koning Josjiahoe. Het is echter moeilijk uit dit vers te begrijpen wat er precies gebeurde en wie wat deed. Er zijn vier stadia bij het offeren van een dier: het slachten; het opvangen van het bloed in een klie hakodesj – het heilige vaatwerk van de Tempel; het brengen van het bloed naar het altaar; en het sprenkelen van het bloed op het altaar. Het opvangen van het bloed en het sprenkelen ervan kan alleen gebeuren door een kohen, het slachten kan iedere Jood doen. Of een kohen vereist is om het bloed naar het altaar te brengen, nadat het in klie hakodesj  was opgevangen, is afhankelijk van hoe wij bovenstaand vers interpre­teren.

Rabbi Chisda veronderstelt dat dezelfde kohen die het slachtte, degenen was wiens hand het bloed sprenkelde. De conclusie is dan dat een niet-kohen het bloed mag vervoeren. Deze inter­pretatie wordt aangevochten door Rav Sjesjet die beslist dat een niet-kohen niet in aanmerking komt  om het bloed te vervoeren en dat het enige wat hij deed in dit geval, was dat hij het bloed vasthield, totdat een kohen het van hem overnam om het mee te nemen naar het altaar en het daar te sprenkelen.

Er was iets heel speciaals aan dit specifieke Pesach-offer. In  een ander vers (id- 35:18) wordt ons verteld dat er geen Pesach-offer was zoals dit, zelfs  niet in de dagen dan de Profeet Sjmoeël en alle koningen van Israël. Er zijn verscheidene verklaringen over wat er dan wel zo speciaal aan was.

Rasji verklaart dat dit de enige keer was dat de dieren die alle Joden nodig hadden voor hun offers, verstrekt werden door de koning uit diens eigen middelen. Radak schrijft dat het de eerste keer was sinds de dagen van Sjmoeël, dat het hele volk met heel hun hart het Pesach-offer bracht. Metsoedat David meent dat dit specifieke offer gebracht werd door de kohaniem en de Levieten met buitengewone zorg en reinheid. Dat is in overeenstemming met zijn commentaar dat slachten en vasthouden niet gedaan werden door een gewone niet-kohen, maar door een Leviet, die een hoger niveau van heiligheid had.

(Door Rabbijn Mendel Weinbach, Jesjivat Ohr Somayag)