Zevachiem-index

DAF-Notities Nr 80 – Zevachiem 19a

De tefillien van de kohen

Een kohen moet de kleren dra­gen die Tora hem voorschrijft als hij dienst doet in het Beit Hamik­dasj. Er mag zich niets be­vinden dat het contact van zijn lichaam met die kleren verhin­dert en hij mag geen extra kleren dragen.

Hoe zit dat met de tefillien die hij moet dragen terwijl hij die voor­ge­schreven kleding draagt tijdens zijn dienst? Tefillien  kunnen ge­zien worden als een integraal deel van zijn lichaam wegens zijn verplich­ting die te dragen, of zij kunnen gezien worden als een vreemd ele­ment, die kunnen worden be­schouwd als een ver­boden ob­struc­tie tussen zijn lich­aam en de kleren, of als een toe­voe­ging.

Tefillien kunnen niet op de arm onder het hemd van de kohen gedragen worden, maar wel op zijn hoofd. Zelfs de Kohen Ĝadol die een tsiets als hoofdband rond zijn voorhoofd droeg, behalve zijn muts boven op zijn hoofd, had nog ruimte tussen die twee waar de tefillien gelegd konden worden.

Het is makkelijk te begrijpen dat de tefillien op het blote gedeelte van het hoofd geen enkele hin­der­nis vormden, zoals de tefillien op de arm. Maar waarom is het geen probleem dat deze tefillien een verboden extra kledingstuk zijn?

Iets kan pas beschouwd worden als een kledingstuk als het ge­dra­­gen wordt op een gedeelte van het lichaam, dat gebruikelijk be­dekt wordt met een kleding­stuk. Dat geldt dus voor de arm maar niet voor het hoofd.

(Door Rabbijn Mendel Weinbach, Jesjivat Ohr Somayag)