Zevachiem-index

DAF-Notities Nr 87 – Zevachiem 29b

Daf 29b: Als de slachter in gedachten heeft het te laat te eten, is het piĝoel

De onzichtbare hand

Als de kohen die één van de vier essentiële diensten van een kor­ban (slachten, opvangen van bloed, het bloedbrengen naar het altaar en het bloed aanbrengen op het altaar) in gedachten heeft dat het vlees van het korban zal gegeten worden, of dat de inge­wan­den op het altaar verbrand zul­len worden na de door de Tora voorgeschreven tijd, dan wordthet korban als piĝoel beschouwd en is het gediskwalificeerd.

Heeft de kohen financiële verant­woor­delijkheid ten opzichte van de eigenaar van het gediskwa­lifi­ceerde korban?

Een soortgelijke vraag werd gesteld door Aharon (Arthur J.) Einhorn betreffende deeerste misjna van Zevachiem, waar de kohen het dier slacht met in gedachte dat het een ander soortkorban is, zodat hij de eigenaar verplicht een ander korban  te brengen.

In het algemeen geldt, dat een ver­oorzaakte schade die niet zicht­baar is, niet verplicht tot scha­de­vergoeding, zodat de onzichtbare schade die het korban ongeldig maakt, niet door de kohen gecom­penseerd hoeft te worden. De ge­leerden hebben echter een boete opgelegd voor het geval dat de kohen met opzet zulke schade toebrengt, om daarmee anderen af te schrikken zoiets te doen, maar zie lieten onopzettelijke scha­de vrij van boete (ondanks het feit dat iemand verantwoordelijk is voor onopzettelijke zichtbare scha­de).

In het geval van piĝoel zal de kohen de eigenaar financiëel scha­deloos moeten stellen, wanneer hij het offer moetwillig ongeldig maakte, want de eigenaar is ver­antwoordelijk voor een nieuw of­ferdier. Zelfs als de eigenaar geen verplichting heeft om het offerdier te vervangen, omdat hij alleen gezworen heeft dit specifieke dier te offeren, dan nog is de kohen verantwoordelijk voor compen­sa­tie want hij heeft de eigenaar be­roofd van en mogelijkheid om een geschenk aan Hasjem te brengen.

In het geval dat door Aharon geciteerd wordt, is er een verschil in de verantwoordelijkheid van de kohen in het geval dat die opzettelijk het korban vooreen andere categorie slacht, want dan is het korban nog steeds kosjer als offerdier, maar de eigenaar wordt toch verplicht om een vervangend dier te brengen ter volbrenging van de verplichting waartoe hij zich ge­zworen heeft. Wanneer het een algemene eed was (een neder), dan is de eigenaar verplicht om een ander offerdierte te brengen ter vervanging van het gedis­kwa­lificeerde dier, en dan heeft hij een eis tegen de kohen. Maar wanneer de eed beperkt was tot het offeren van dit specifieke dier (nedava), dan hoeft de eigenaar geen ver­van­gend offerdier te brengen en dan kan hij ook geen eis tot scha­devergoeding indienen voor de gemiste kans om een geschenk aan Hasjem te brengen, want het korban is kosjer [Zie misjnee LaMelech op Hilchot Chovel OeMaziek 7:4].

(Door Rabbijn Mendel Weinbach, Jesjivat Ohr Somayag)