Zevachiem-index

DAF-Notities Nr 88 – Zevachiem 32b

Daf 32b Wat betekent „het nieuwe Tempelplein”?

Iets nieuws?

„En Jehosjafat stond in de vergadering van Jehoeda en Jeruzalem in het huis van G‑d voor het nieuwe Tempelplein.” (Kronieken II, 20:5)

Wat er nieuw aan was, legt Rabbi Jochanan uit, was niet het binnenplein van de Tempel, maar een nieuw decreet dat deze rechtvaardige koning had uitgevaardigd. Tot nu toe was het toegestaan voor iemand die ritueel onrein was, om de Tempelberg en de Tempel binnen te gaan nadat hij zich ondergedompeld had in een mikwe, zelfs al was de zon die dag van zijn onderdompeling nog niet onder gegaan. Bij de gelegenheid die in bovenstaand vers beschreven wordt, werd het decreet gegeven dat men voortaan alleen na de zonsondergang, die volgt op de onderdompeling, deze heilige gebieden mocht betreden.

Wanneer vond dit historische moment plaats?

Een sterke macht van Moabieten, Ammonieten en Amalekieten had zich verzameld voor een invasie van het Joodse koninkrijk. Uit angst voor deze aanval had de koning het op zich genomen om zelf de hulp van G‑d in te roepen. Hij riep een vasten uit voor heel het koninkrijk en verzamelde heel het volk om te bidden voor Hemelse redding. In zijn gebed tot G‑d merkt hij op dat de Joden een heiligdom gebouwd hadden dat de naam van G‑d droeg en waar zij zich tot Hem konden wenden in tijden van rampspoed.

Tegen deze achtergrond kunnen wij de betekenis appriciëren van het nieuwe decreet. Daar hij zoveel nadruk legde op de betekenis van het heiligdom in zijn beroep op Hasjem, voelde de koning zich genoodzaakt een andere dimensie van heiligheid aan de status van de Tempel toe te voegen. De gebeden van Jehosjafat en zijn volk werden inderdaad gehoord met een miraculeuze nederlaag van de vijand, en het koninkrijk werd gezegend met vrede en rust.

(Door Rabbijn Mendel Weinbach, Jesjivat Ohr Somayag)