Zevachiem-index

DAF-Notities Nr 90 Zevachiem 36b

Daf 36b

Wanneer is consumeren frauderen?

De diskwalificatie van piĝĝoel geldt alleen als de kohen, terwijl hij de dienst van het korban uitvoert, in gedachte had dat het vlees gegeten zou worden buiten de door Tora voorgeschreven tijd.

Maakt het uit of  het eten gebeurt door iemand die het recht heeft om offervlees te eten of geldt de regel alleen zolang de handeling, die de kohen in gedachte had, thuis hoort in de categorie die Tora met eten aanduidt in verband met piĝĝoel?

Tegengestelde aanwijzingen worden door twee verschillende beweringen van de gemara gegeven.

Op één plaats [Zevachiem 36b] wordt ons verteld dat als de kohen in gedachte had dat ritueel onreine individuen, die het verboden is van het offervlees te eten, na de voorgeschreven tijd van het korban-vlees eten, dat dan het korban niet piĝĝoel wordt. Op een andere plaats [Zevachiem 31a] hebben we geleerd dat als de kohen in gedachte had om het vlees aan een hond te voeren, na de voorgeschreven tijd dat mensen ervan mogen eten, het korban piĝĝoel wordt.

Dus wanneer de kohen tijdens het slachten van het korban in gedachte heeft dat hij het offervlees na de voorgeschreven tijd aan een hond te eten zal geven, wordt daarmee het offer piĝĝoel, maar wanneer hij in gedachte heeft dat een onrein mens het na de voorgeschreven tijd zal eten, dan wordt het niet piĝĝoel?

Wanneer alles wat de Bijbel eten noemt (zoals het eten van de honden in Melachiem II, 9:10, betreffende de profetie, dat de honden het vlees van de boze Izebel zullen eten), ook als eten beschouwd wordt met betrekking tot piĝĝoel, waarom wordt dan het eten door onreine individuen niet ook beschouwd als een voldoende vereiste om het offer piĝĝoel te verklaren?

Wanneer de kohen de onreine mensen in gedachte had die het na de voorgeschreven tijd zouden eten, dat bewerkt hij een situatie waarbij het offervlees gediskwalificeerd wordt door hun aanraking van het vlees, nog voordat zij het hebben gegeten, want offervlees dat in fysiek contact komt met iemand die onrein is, wordt ongeschikt als offer.  De kohen denkt dus in dat geval aan een situatie, waarbij het vlees al ongeschikt wordt, voordat het piĝĝoel kan worden [zie eerste Tosafot op blz. 36b].*

(Door Rabbijn Mendel Weinbach, Jesjivat Ohr Somayag)