Zevachiem-index

DAF-Notities Nr 93 – Zevachiem 41b

41b En de twee nieren… en het net

Wie is de geliefde dienaar”?

Wat is een grotere demonstratie van affectie ten opzichte van een geliefde, die zondigt en verzoening zoekt – door uit te weiden over de de­tails van de boete of er juist minder aandacht aan te besteden?

In het centrum van deze vraag staat een masjal – een parabel – uit de school van Rabbi Jisjmael, dat dient om het mysterieuze verschil tussen twee verzoenende offers te verkla­ren die beschreven worden in de Tora. Met betrekking tot het offer dat door de Kohen Gadol ge­bracht wordt, zegt de Tora expliciet dat de nieren en het vet daarop en het net aan de lever verbrand moe­ten worden op het altaar, sa­men met de overige voorgeschre­ven vet­stukken [Wajjikra 4:9]. Hetzelfde is vereist voor de offers die gebracht worden door de gemeenschap, wan­neer een meerderheid  van de le­den ervan gezondigd hebben ten gevolge van een verkeerde beslis­sing van het Sanhedrin. Bij dit ge­meenschappelijke offer echter wordt die vereiste niet expliciet ge­noemd en wordt alleen maar ont­huld door een vergelijking die de Tora maakt tussen de beide offers.

Dit kan worden vergeleken, zeggen de geleerden, met een koning van vlees en bloed, die kwaad wordt op zijn geliefde dienaar, en die hij daar­om diens schuld voor een overtre­ding minimaliseert door er weinig woorden aan vuil te maken.

Wie is de „geliefde dienaar”? de Kohen Gadol of de gemeenschap?

Volgens Rasji is de gemeenschap de geliefde dienaar, en G-ds liefde voor Zijn volk komt tot uitdrukking in de vereisten voor de verzoening, waarbij de schaamte geminima­li­seerd wordt. Maharsja echter vindt deze benadering wat inconsistent met de masjal die de geleerden er direct na presenteren, die de schuld van de gemeenschap groter lijkt te maken dan die van de Kohen Gadol. Zijn lezing van de bo­­vengenoemde masjal is dat de Kohen Gadol de geliefde dienaar is, die in Bamidbar [16:5] wordt aan­geduid met „de heilige die Hij nader tot Zich brengt.” G‑ds liefde voor de Kohen Gadol die verzoening tracht te verkrijgen, wordt uitgedrukt door te tonen hoe geliefd zijn offer is, dat zulk een groot deel van het dier op het al­taar geaccepteerd wordt.

(Door Rabbijn Mendel Weinbach, Jesjivat Ohr Somayag)