Zevachiem-index

DAF-Notities – Zevachiem 62b
Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

 

Daf 62b

De stille neven

Rabbi Tarfon was zeer ontsteld over het gedrag van zijn neven die voor hem zaten en niet in staat waren enige discussie over Tora te houden. Ten einde hen te stimuleren, daagde hij hen uit door een passage uit Tora te citeren, waar staat dat Awraham nam nogmaals een vrouw, wier naam was Ketoera” [Bereisjiet 25:1], maar daarbij met opzet de naam van Ketoera te vervangen door die van Jochani. Zijn strategie werkte, want zij daagden hem snel uit over zijn verkeerde citaat en een dialoog begon.

Teleurgesteld dat het zo lang geduurd had voordat zij enige woorden Tora hadden gesproken, berispte hij hen dat zij zich gedroegen als de kinderen van Ketoera”, hetgeen Rasji verklaart, dat dit betekent dat zij welliswaar afstammelingen van Awraham waren, maar niet als de afstammelin­gen van Jitschak en Ja’akov.

Maar wanneer Rabbi Tarfon zijn neven wilde vermanen voor hun gebrek aan ware Jodendom dat zij toonden door niet met hem over Tora te kunnen discussiëren, waarom ging hij dan niet twee generaties verder om hen te bekritiseren dat zij zich als kinderen van Esav” gedroegen?

Maharsja verwijst ons naar de regeling van Rambam dat de kinderen van Ketoera veplicht waren zich te besnijden, net zoals alle mannelijke nakomelingen  van Awraham zich moesten besnijden. Rabbi Tarfons snijdende opmerking was dat zelfs al waren zijn neven besneden, zij niet beter waren dan de kinderen van Ketoera die ook besneden waren maar onwetend in Tora. Bovendien wilde hij zijn zwager niet beledigen door naar hem te verwijzen als de kwade Esav. Zijn zuster met Ketoera te vergelijken was geen belediging want, die naam voor de vrouw van Awraham was een compliment voor haar rechtvaardigheid, zoals onze geleerden verklaren, dat haar handelingen zo welgeurig waren als die van ketoret – de kruiden die op het altaar geofferd werden.