Zevachiem-index

DAF-Notities – Zevachiem 65a
Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

 

Daf 65a

Vogels, vingernagels en vuur

Als een vogel geofferd wordt, slacht de kohen het door middel van melika – door met zijn scherpe duimnagel door de achterkant van de nek van de vogel te snijden en zo de luchtpijp en/of de slokdarm door te snijden.

Hoe weten wij dat hiervoor geen mes nodig is, zoals voor het slachten van andere dieren gebruikt wordt? Tenslotte hoeft een ander dier niet door een kohen geslacht te worden en toch staat Tora erop dat een mes gebruikt wordt. In het geval van een vogel, waar de Tora vereist dat het door een kohen geslacht wordt, lijkt het zinnig te zijn dat men zeker een mes moet gebruiken.

Rabbi Akiwa wijst erop dat Tora zegt [Wajjikra 1:15]: En de kohen zal het [de vogel] naar het altaar brengen en de kop ervan verwijderen door middel van melika”. Het is niet logisch, zegt Rabbi Akiwa, dat een niet-kohen enige heilige dienst zou verrichten op het altaar, dus is het niet nodig dat Tora er zo de nadruk op legt dat een kohen het moet doen. De boodschap vertelt iets anders, zegt R. Akiwa, namelijk dat deze melika verricht moet worden met het lichaam van de kohen [zijn duimnagel] en niet met een mes.

Een soortgelijke situatie doet zich voor in traktaat Joma (45a), waar Rabbi Sjim’on uit het feit dat Tora voorschrijft dat de kohaniem die het vuur op het altaar moeten aansteken, afleidt dat zij het op het altaar zelf moeten aansteken. Daar er geen reden is om te veronderstellen dat een niet-kohen een dienst zou verrichten op het altaar, moet de verplichting van dit Tora-vers, dat dit gedaan moet worden door een kohen, betekenen dat het verboden is om het hout onderaan het altaar aan te steken en het brandende hout mee naar boven te dragen.

Rabbi Jehoeda is het er echter niet mee eens in Joma en de vraagt rijst of hij dan wel Rabbi Akiwa’s redenering in onze Gemara accepteert. Tosafot legt uit dat Rabbi Jehoeda het eens is met de benadering van Rabbi Akiwa maar het alleen in traktaat Joma niet eens is met Rabbi Sjim’on, omdat hij van mening is, dat als de Tora niet had gespecificeerd dat een kohen het vuur op het altaar moest plaatsen, wij hadden kunnen denken dat een niet-kohen het vuur zou mogen aansteken zonder zelf op het altaar te staan, namelijk door op de vloer naast het altaar te staan en door een blaasbalg te gebruiken om het vuur op  het altaar op te starten.