Zevachiem-index

DAF-Notities Nr. 118 Zevachiem 88b
Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

 

Daf 88b

Kleren maken de man

Waarom plaatste de Tora de wetten van de offers (Wajjikra, hfdst. 6-7) pal naast de beschrijving van de heilige kleding die de kohaniem droegen (Wajjikra hfdst. 8)? Om je te leren dat net zoals offers dienen om verzoening te verkrijgen voor begane zonden, zo ook verkrijgen de kleren van de kohaniem verzoening.

Kleren oefenen een disciplinaire invloed uit op de drager ervan. Het Hebreeuwse woord voor kleren en voor karaktertrekken komt allebei van de stam midda, hetgeen een sterke relatie suggereert tussen de kledij van de ziel en die van het lichaam. Daar de kohen op een hoog geestelijk niveau moet staan om de dienst in het Heiligdom te kunnen verrichten, moest hij speciale kleding dragen die hem zouden helpen om zijn natuurlijke passie te bedwingen.

Onze geleerden bieden een gedetailleerde beschrijving van hoe ieder van de kledingstukken van de kohaniem verzoening deden voor verschillende menselijke driften. Wij zullen ons hier beperken tot twee voorbeelden.

De speciale muts die de kohen droeg diende voor verzoening van arrogantie te verkrijgen. Dit kan het beste worden begrepen in het licht  van de richtlijnen die onze geleerden gegeven hebben  om onze hoofden te bedekken om een gevoel van ontzag voor onze Meester te hebben. De gewaarwording van een macht die boven ons is, wordt gestimuleerd door een hoofdbedekking en dat is een universele noodzaak voor iedere man maar is nog meer een vereiste voor een kohen. Daarom moest hij een speciale muts dragen. Daar een kohen ĝadol een nog hoger status van heiligheid heeft, is zijn muts zelfs nog ingewikkelder en hij droeg ook nog een speciale plaat met de Naam van Hasjem op zijn voorhoofd, om verzoening te doen voor iedere vorm van schaamteloosheid die zou kunnen ontstaan uit zelfs maar een ogenblik van verminderd bewustzijn dat hij onder Hasjems toezicht stond.