Zevachiem-index

DAF-Notities Nr 119   Zevachiem 91a
Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

 

Daf 91a

De koninklijke tafel

Het vlees van de offers dat Tora aan de kohaniem toe bedeelt, mag door hen gegeten worden op de manier die zij wensen, gekookt of gebraden en met een variëteit van bijgerechten. Deze vrijheid om zelf te mogen beslissen hoe zij het voedsel willen klaarmaken is gebaseerd op de taal die Tora gebruikt met betrekking tot deze giften [Bamidbar 18:8], die aanduidt dat het de bedoeling is de status van de kohaniem te bevorderen en dat zij daarom het voorrecht hebben om te eten op de wijze zoals een koning eet.

Men kan dat appreciëren wanneer wij ons herinneren wat onze commentatoren schrijven  over het brengen van de offers, namelijk dat de zondaar het moet beschouwen alsof het offer voor hemzelf in de plaats komt, want weigenlijk verdient hij het dat hijzelf vernield wordt wegens zijn misdaden, maar wordt hij gespaard bij de gratie van Hasjem. Een deel van deze exercitie in geestelijke en psychologische zelfreiniging van de gevolgen van zijn zonde is de gewaarwording dat het vlees van de offers geconsumeerd wordt door de kohaniem, die zullen bidden voor zijn rehabilitaite.

Verondersteld mag worden dat de koninklijke wijze waarop het de kohaniem is toegestaan dit vlees te eten, deze gewaarwording mogelijk maakt, dat hij afhankelijk is van deze rechtvaardige dienaren van Hasjem, die bidden voor de vervulling van zijn verzoening.