Zevachiem-index

DAF-Notities Nr. 121 – Zevachiem 94a
Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

 

Daf 94a

Beperkt wassen

Al het voedsel dat in contact komt met het vlees van een chataat en daar iets van absorbeert, krijgt de status van dat offer en mag uitsluitend gegeten worden binnen de tijd waarop het offer zelf gegeten mag worden (Wajjikra 6:20). In dezelfde passage wordt ons verteld dat wanneer bloed van dat offer uit de schaal, waarin het werd opgevangen bij het slachten om op het altaar gespat te worden, gemorst wordt, en op een kledingstuk terecht komt, dat dit kledingstuk dan gewassen moet worden binnen de muren van het Beit Hamikdasj.

In onze Gemara wordt een interessante vraag gesteld  met betrekking tot dit wassen: moet het hele kledingstuk worden gewassen of alleen het deel met de bloedvlek?

Het antwoord op deze vraag wordt geleverd door een analyse van de tekst van de desbetreffende tekst: Wanneer er bloed gemorst wordt op een kledingstuk,” zegt de Tora, dan zal datgene waarop gemorst is gewassen worden op een heilige plaats.”

Wanneer de Tora vereist had dat het hele kledingstuk gewassen wordt, dan zou het simpel gezegd hebben dat het kledingstuk gewassen moet worden, want dat zijn de woorden die altijd gebruikt worden wanneer een algemene wassing van een kledingstuk nodig is, niet alleen maar de aange­taste plek. De herhaling van de woorden datgene waarop gemorst is” wijst erop dat het wassen beperkt is tot de specifieke plek waarop het bloed gespat is.