Zevachiem-index

DAF-Notities Nr. 122 – Zevachiem 95b
Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

 

Daf 95b

What’s in a name?

Als er iets van het bloed van een korban chataat op de kleren van de kohen valt, terwijl het op het altaar wordt aangebracht, dan moet dat kledingstuk schoongemaakt worden. Deze schoonmaak moet plaatsvinden in het Heiligdom [Wajjikra 6:20].

Eén van de zeven ingrediënten die bij dit reinigingsproces vereist wordt, is mei raglajim. Ieder die in zijn dagelijkse gebeden de afdeling van de Talmoed leest, waarin de ingrediënten van de kruiden die geofferd werden in de Tempel genoemd worden, is bekend met de regel dat, ondanks mei raglajim bruikbaar had kunnen zijn als bestanddeel voor het reukwerk, dit toch niet gebruikt wordt, omdat „men geen mei raglajim in het Heiligdom mag brengen uit respect voor de heiligheid ervan.” Hoe kon het dan binnengebracht worden om het bloed van het chataat-offer te reinigen?

Dit probleem wordt opgelost door de regel te citeren dat ieder van deze ingrediënten die gebruikt werden bij het reinigingsproces, vermengd werd met smakeloos speeksel. Dus wanneer het mei raglajim het Heiligdom binnenkwam, was het reeds opgelost in een oplossing van speeksel, iets dat onmogelijk was voor de bereiding van het reukwerk. Daarom werd het niet onrespectvol beschouwd voor de heiligheid van de plaats.

Maar wat is precies mei raglajim? De letterlijk vertaling ervan is ‘water van de voeten’, een eufemisme voor urine. Nu kunnen wij makkelijk begrijpen waarom het binnenbrengen daarvan als onrespectvol beschouwd werd. De Sjita Mekoebetset citeert echter in Masechet Kritot [6a] een opinie van Tosafot, dat mei raglajim in feite de naam was van een geurige grassoort, maar dat het simpele feit dat dezelfde naam ook gebruikt werd  voor urine, maakte dat het ongeschikt was om gebruikt te worden voor het reukwerk, uit respect voor het Heiligdom.

(Er is ruimte voor speculatie of deze mening ook geldt voor het mei raglajim dat in onze gemara genoemd wordt en dat gebruikt werd als schoonmaakmiddel, of dat hier toch de betekenis van is die de hoofdstroom van de commentatoren eraan geven en dat het urine is, waarvan de zuurgraad zeker in staat is om bloedvlekken te verwijderen. Wellicht geldt deze mening, dat het de naam van een gewas is, uitsluitend voor een onbruikbaar ingrediënt voor het ruikwerk, want het lijkt wat problematisch te veronderstellen dat urine het reukwerk zou kunnen verbeteren.)