Zevachiem-index

DAF-Notities Nr. 124 – Zevachiem 97b
Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

 

Daf 97b

De dubbele betekenis van het mes

Tijdens het inleidende gedeelte van onze ochtendgebeden citeren wij het deel van Tora over de Aartsvader Awraham die het offer van zijn zoon Jitschak aan G-d voorbereidt, en wij doen een beroep op de Hemel om genade met ons te tonen wegens de verdienste van deze grote daad. Eén van de passages in dit hoofdstuk over de Akeida dient als bron voor twee regels voor de sjechita – het slachten – van dieren, een algemene en een specifieke voor offerdieren.

„En Awraham strekte zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten” [Bereisjiet 22:10].

Het gebruik van de woorden „en nam het mes” in plaats van „hij bereidde een mes voor” brengt de gemara [Choelin 16a] tot de conclusie dat het scherpe instrument dat gebruikt wordt voor de sjechita, of het een steen is of van riet, los moet zijn van zijn bron. In onze gemara wordt dit vers beschouwd als de bron voor de regel dat sjechita uitsluitend gedaan mag worden met een mes en met geen ander scherp voorwerp. Dit wordt afgeleid van het feit dat de specifieke term „mes” wordt gebruikt en niet de meer algemene uitdrukking „een snijwerktuig”. Deze verplichting van een metalen voorwerp, legt Tosefot uit, is alleen van toepassing op offerdieren, want de hele dienst die met hen werd uitgevoerd, werd gedaan met geheiligde voorwerpen, in tegenstelling tot de sjechita van dieren voor huishoudelijk gebruik.

Er ontstaat echter een probleem wanneer men deze vereiste van een mes wil uitbreiden tot de sjechita  van alle offerdieren. Jitschak was tenslotte bestemd om te worden geofferd als een ola – een brandoffer. Dit probleem wordt opgelost door een passage te citeren [Wajjikra 7:37], dat al de verschillende categorieën van offers noemt in één zin, daarbij aanduidend dat de regel die geldt voor een slachtmes voor een ola, ook geldt voor alle andere offers.

Eén probleem blijft bestaan en dat leggen wij als een uitdaging voor aan onze lezers: Om te bewijzen dat Jitschak bestemd was als ola haalt de gemara een passage aan uit Bereisjiet [22:13] over Awraham die een plotseling verschenen ram offert als ola in plaats van zijn zoon. Waarom wordt dit vers geprefereerd boven dat van Bereisjiet 22:3, aan het begin van het hoofdstuk, waar Awraham expliciet wordt opgedragen om Jitschak als ola  te offeren?