Daf Jomi Archief Traktaat Berachot

Aanmelden

Aan de orde van de dag

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Berachot 36

Door Zwi Goldberg

De beracha voor olijfolie

Wie olijfolie door ander eten mengt, zegt dan geen aparte beracha voor de olijfolie, omdat de olie bijzaak is bij het overige eten, en het is inbegrepen in de beracha voor het eten. Maar wie apart olijfolie drinkt, zegt daar geen beracha over, omdat een dergelijke drank schadelijk is voor het lichaam.

Een geneeskrachtige drank op Sjabbat

De Geleerden hebben iemand die niet ernstig ziek is, verboden geneesmiddelen te gebruiken op Sjabbat, en daarom mag men geen geneeskrachtige drank drinken op Sjabbat. Echter in plaatsen waar iedereen gewoon is deze drank te drinken als een lafenis, ook gezonde mensen, zodat het niet duidelijk is dat iemand het voor zijn gezondheid drinkt, daar is het toegestaan het te drinken op Sjabbat.

De beracha variëert overeenkomstig het voedsel

Onze daf behandelt de berachot haädama en de berachot ha’eets. Wie iets eet, dat aan een boom groeit, maar waarvoor de boom niet geplant werd, die zegt daarvoor de beracha Sjèhakol nihejè bidewaro. Bijvoorbeeld voor blitzes, gemaakt van palmpitten zegt men Sjéhakol, want de palmboom werd geplant voor zijn dadels.

Als men delen van de boom eet

Boomvruchten groeien ook uit de aarde, nietwaar? Maar wanneer de boom niet in de aarde geplant is? Ech­ter, de Geleerden hebben een speciale beracha voor bomen vastgesteld vanwege hun belang. Wat wordt hiermee bedoeld? Als men de vrucht zelf eet. Maar als men van de boom zelf eet, ook al is dat geschikt om te eten, dan zegt men de beracha Borei perie haädama, ook al werd de boom speciaal geplant om zijn schors of bladeren te eten.

De beracha voor gerstemeel

Wie gerstemeel eet, die zegt de beracha Sjèhakol nihejè bidewaro, net als bij tarwemeel. Want ook al krijgt men wormen van gerstemeel, men heeft er toch voldoening van.

Het eten van scherpe kruiden

Wie scherpe kruiden apart eet, die normaliter alleen vermengd met ander voedsel gegeten worden, zegt daar geen beracha voor, want dat is niet de normale manier waraop men het eet. Bijvoorbeeld wie gedroogde peperbessen eet, zegt daar geen beracha over, want het wordt niet als voedsel beschouwd. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld gedroogde gember. Wie dat soort dingen eet op Jom Kippoer, is geen kareet schuldig, want Tora beschouwt dat niet als voedsel. Echter de Rabbijnen hebben het verboden.

De bescherming van een vrucht

Tora verbiedt het eten van een boomvrucht gedurende de eerste drie jaar na het planten van de boom: „En je zult zijn vruchten [et pirjo] beschouwen als orla” [verboden] (Wajjikra 19:23). Dit verbod geldt uitsluitend voor de vruchten van de boom. De vruchten van deze eerste drie jaar heten orla. Wat precies valt er onder dit verbod, wat is de vrucht en wat is geen vrucht, of met andere woorden, wat is verboden orla en wat is niet verboden?

Door de hele Talmoed heen zien wij dat de Geleerden aan het woordje et, dat doorgaans een vierde naamval inluidt, de verklaring geven, dat het nog iets anders omvat. Het krijgt dan de betekenis van „met” of „ook.” In onze Gemara wordt een traditie aangehaald, dat het woordje et hier van et pirjo ook andere delen van de vrucht inhoudt. En wat zijn die andere delen van de vrucht? Dat zijn bijvoorbeeld de bescherming en de pitten van de vrucht. Wat is de bescherming van de vrucht? Zijn schil. Dus ook de schil, die als bescherming van de vrucht gedefiniëerd wordt, is verboden als orla te eten. Wanneer wordt een schil als bescherming gedefiniëerd in dit verband? Rawa heeft gezegd: Een schil wordt een beschermer van de vrucht genoemd, in het geval dat wanneer men de schil verwijdert, de vrucht uitdroogt en verloren gaat.