Daf Jomi Archief Traktaat Berachot

Aanmelden

Aan de orde van de dag

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Berachot 44

Door Zwi Goldberg

Berachot 44a

Hoofd- en bijzaak

Misjna Als men iemand zout voedsel brengt met brood [d.w.z. eerst het zoute voedsel en daarna eet hij het brood], dan zegt men de beracha voor het zoute voedsel en maakt [daarmee] het brood vrij [van een beracha], want het brood is [nu] een bijgerecht. Dit is de algemene regel: Alles wat hoofdgerecht is en het wordt be­geleid met een bijgerecht, dan zegt men de beracha over het hoofdgerecht en [daarmee] bevrijdt men het bijgerecht [maar dit geldt alleen als men het hoofdgerecht eerst eet, bijvoorbeeld als men zeer zoute vis eet met wat brood daarbij, dan is de vis het hoofdgerecht. Echter, wanneer men het bijgerecht eerst eet, moet men daar apart een beracha over maken (Sj.A.O.Ch. 212:1)].

De vruchten van Ginosar

Gemara Rav Acha, de zoon van Rav Avira heeft gezegd in naam van Rav Asji dat de Misjna het heeft over de vruchten van Ginosar, die buitengewoon zoet zijn. [Ginosar is een gebied rondom het meer van Tiberias, en de vruchten van dat gebied zijn belangrijker dan brood (Rasji). Wie een uitgebreide maaltijd van zeer zoete vruchten eet, eet daar soms iets zouts achteraan, om het slijm te verwijderen dat in zijn mond achterblijft ten gevolge van de grote hoe­veel­heid zoete vruchten. En daar hij het zoute voedsel niet apart kan eten [omdat het te zout is] eet hij het samen met brood, maar het zoute voedsel is de hoofdzaak en het brood eet hij erbij.]

Rabba bar bar Chana vertelt dat Rabbi Jochanan wel duizend van die vruchten van Ginosar kon eten, terwijl die vruchten elk groter waren dan 3 eieren en dan nog was hij niet verzadigd.

De Gemara vertelt hoe ook andere geleerden enorme hoeveelheden van deze vruchten konden eten. Rav Dimi vertelde dat Koning Jannai in HarHaMèlech [een provincie in Jehoeda] zoveel vijgebomen had staan, waaraan zoveel vijgen groeiden dat de arbeiders die ze moesten plukken in een week tijd 600.000 manden met vis opaten.

De Gemara doet vervolgens een uitspraak over het zout bij de maaltijd:

Rav heeft gezegd: een maaltijd zonder zout is geen maaltijd.

Druiven, vijgen en granaatappelen

Misjna Als men druiven, vijgen of granaatappelen gegeten heeft, dan zegt men daarna de drie berachot [van Birkat HaMazon], aldus Rabban Gamliël. [Rabban Gamliël volgt hiermee zijn mening, die reeds hierboven op daf 37a vermeld werd, dat men de Birkat HaMazon moet zeggen na het eten van één van de zeven vruchten, waarvoor het Land Israël geprezen wordt en daartoe horen ook druiven, vijgen en granaatappelen (Rasji).] Maar de Geleerden zeggen: men zegt één beracha, die de afkorting is van alle drie. Rabbi Akiva zegt: zelfs al eet iemand alleen maar gekookte groente, maar hij voedt zich daarmee [d.w.z., hij eet het als een maaltijd], dan zegt hij de drie berachot [van Birkat HaMazon, want er staat geschreven (Dew. 8:10): „En je zult eten en je zult verzadigd zijn en je zult Hasjem danken.” Volgens R. Akiva geldt dit voor ieder voedsel.]

Wanneer men water drinkt om zijn dorst te lessen zegt men de beracha „sjèhakkol nihejè bedivaro – dat alles is ontstaan door Zijn woord. Rabbi Tarfon zegt: men zegt dan : „Borei nefasjot rabbot wechesronan  – Schepper van talloze levende wezens en hun gebreken.” [De gebreken zijn de dingen die we nodig hebben (Rasji). Dus volgens R. Tarfon zegt men deze beracha voordat men water drinkt.]

GemaraDe Gemara verklaart de reden van Rabban Gamliël: Er staat geschreven [Dew. 8:8]: „Een land van tarwe, gerst… druiven, vijgen en granaatappelen…” en in vers 9 staat: „Een land waarin je brood zult eten zonder armoede,” en in vs. 10 staat: „En je zult eten en je zult verzadigd zijn en je zult Hasjem danken.” [Dus dit laatste vers heeft volgens Rabban Gamliël betrekking op de zeven soorten.] De Geleerden zeggen echter dat vers 9, dat het heeft over brood, het verband onderbreekt en volgens hen zegt men Birkat HaMazon alleen na brood. En volgens Rabban Gamliël leert vers 9 dat men geen Birkat Hamazon zegt als men tarwekorrels eet, maar alleen als men er brood van gemaakt heeft.

De vijf graansoorten

R. Ja’akov bar Idi heeft gezegd in naam van R. Chanina: Wanneer men iets eet dat gemaakt is van een van de vijf graansoorten [tarwe, gerst, spelt, haver en rogge] dan zegt men vooraf: „Borei minei mezonot – Schepper van allerlei soorten voedsel” en erna zegt men de drie-in-één-beracha.

Rabba bar Mari heeft gezegd dat als men één van de boomvruchten eet, die tot de zeven soorten horen, waarvoor het Land Israël geprezen wordt, men vooraf zegt: „Borei perie ha’eets – Schepper van van boomvruchten,” en achteraf zegt men de drie-in-één-beracha voor boomvruchten.

De drie-in-één-beracha

De Gemara vraagt: Wat is de tekst van de drie-in-één-beracha voor boomvruchten?

De Gemara antwoordt: „Gezegend bent U, Hasjem, Koning van de wereld, voor de boom en de boomvruchten, enz.” [zie Siddoer met Nederlandse vertaling van Dasberg, blz. 354], en men eindigt in het Land Israël met: „Gezegend bent U, Hasjem, voor het Land en voor haar vruchten,” en buiten Israël eindigt men met: „… voor de vruchten.” Voor één van de vijf graansoorten zegt men: „Gezegend…, voor de voeding en voor het levensonder-houd,” en men eindigt met: „Gezegend bent U Hasjem, voor het Land en voor het levensonderhoud.” Het verschil tussen de na-beracha in het Land Israël en daarbuiten, is dat men in het Land de vruchten van Erets Jisraël eet, maar buiten het Land eet men geen vruchten van Israël. [Het Land is altijd Erets Jisraël.]

Berachot 44b

Waarover zegt men Borei Nefasjot

De Gemara geeft een discussie weer over de vraag waarover men de naberacha Borei nefasjot zegt:

a. R. Jitschak bar Avodimi heeft gezegd: Over eieren en alle soorten vlees zegt men vooraf sjèhakol en achteraf Borei nefashot, maar over groente zegt men geen na-beracha.

b. R. Jitschak zegt: men zegt het ook na groente, maar niet na het drinken van water.

c. Rav Pappa zegt: Men zegt het zelfs na water [en zo is de halacha (Sj.A.O.Ch. 204:1)].

d. De Gemara werpt tegen: Er is een Misjna [in Nidda 51b] die zegt: Over alles, waarover men een na-beracha moet zeggen, moet men ook een beracha vooraf zeggen, maar er is iets waarover men achteraf geen beracha hoeft te zeggen. Dat lijkt strijdig te zijn met Rav Pappa!?

1e antwoord: De Misjna heeft het over mitswot, daarover zegt men wel vooraf een beracha, maar niet achteraf.

Bezwaar: In Erets Jisraël zegt men een beracha nadat men de tefillien heeft afgelegd. [Daar droeg men toen de tefillien de hele dag en voordat het avond werd, legde men ze af en zei dan een speciale beracha.]

2e antwoord: De Misjna bedoelt aangename geuren. Voordat men dat ruikt zegt men een beracha, maar niet erna.

Nuttig en schadelijk voedsel

a. R. Jannai, Ravin en Rav Dimi vertellen dat er niets zo belangrijk en zo voedzaam is als eieren.

b. In onze Misjna zegt R. Akiva dat men ook de birkat hamazon zegt na het eten van groente. De Gemara vraagt: maar kan men dan zijn maal doen met alleen groente?

Rav Asji antwoordt: Men kan zijn maal doen met kool.

c. Een Baraita: Milt is goed voor de tanden, maar slecht voor de ingewanden, voor prei geldt het omgekeerde. Rauwe groente maakt bleek, iets dat onvolgroeid is, maakt kleiner, een hele (dode) vis geeft energie. En alles wat leeft, doet herleven en alles wat dichtbij het leven is, doet ook herleven. Kool is voedzaam; bieten zijn gezond, maar pas op voor koolraap!

d. Hoe kan men profijt hebben van het goede effect dat milt heeft op tanden, zonder de schadelijk bijwerking op de maag? Door het te kauwen en weer uit te spugen.

e. Hoe kan men profijt hebben van het goede effect van prei op de maag, zonder de schadelijke bijwerking op de tanden? Door het heel goed te koken, totdat men het zonder kauwen kan doorslikken.

f. De Baraita zei: iets dat onvolgroeid is, maakt kleiner. De Gemara verklaart: dit geldt alleen voor dieren die nog niet een kwart van hun normale grootte hebben bereikt.

g. De Baraita zei: alles wat leeft, doet herleven. De Gemara vult aan: dit geldt zelfs voor kleine, maar volgroeide visjes, maar niet voor kleine, onvolgroeide vissen.

h. De Baraita zei: en alles wat dichtbij het leven is, doet ook herleven. Rav Acha bar Ja’akov verklaart: dit heeft betrekking op het vlees bij de hals [waar het dier wordt geslacht, want dat is dichtbij het hart en de ingewanden (Rasji).

i. De Baraita zei: Kool is voedzaam; bieten zijn gezond. Dit impliceert dat kool niet gezond is, maar een andere Baraita zegt dat ook kool gezond is!?

De Gemara antwoordt: De Baraita bedoelt te zeggen: Kool is ook voedzaam [en dus ook gezond].

j.  De Baraita zei: maar pas op voor koolraap! Maar het blijkt dat Rav ze wel at?

1e antwoord (Abbajjé en Rav): De Baraita heeft het over koolraap die gekookt werd zonder vlees. [Het vlees verzacht de koolraap.]

2e antwoord (Rava en R. Jochanan): De Baraita heeft het over koolraap die gegegeten wordt zonder daarna wijn te drinken [de wijn verzacht het schadelijke effect van de koolraap].

3e antwoord (Sjmoeël): De Baraita heeft het over koolraap die niet lang genoeg gekookt is.

De schadelijke werking van kleine zoute vis

Een Baraita: Kleine gezoute vis kan iemand op de zevende dag dat het gezouten is, doden, en op de zeventiende en de zevenentwintigste dag en sommige zeggen ook op de drieëntwinitgste dag. De Gemara vult aan: dit geldt alleen als de vis slechts gedeeltelijk geroosterd is, maar als de vis goed geroosterd is, is er geen probleem, mits men er maar geen bier na drinkt, anders blijft het problematisch.

Over het drinken van water

a. Onze Misjna zegt: Wanneer men water drinkt om zijn dorst te lessen zegt men de beracha „sjèhakkol nihejè bedivaro. De Gemara vraagt: dus als men water drinkt om een andere reden dan om zijn dorst te lessen, zegt men geen beracha. Wanneer is dat?

Rav Idi bar Avin antwoordt: Als iemand water drinkt omdat hij bijna in een stuk vlees stikt [hij lest er nu niet zijn dorst mee en heeft er dus geen profijt van. Hetzelfde geldt voor wie een slokje water drinkt om een medicijn in te nemen, maar wanneer hij daarna het hele glas leegdrinkt om de slechte smaak van het medicijn weg te werken, heeft hij er wel profijt van en moet hij de berachot zeggen].

b. Onze Misjna zegt: R. Tarfon heeft gezegd: wie water drinkt zegt daarvoor: Borei nefasjot rabbot wechesronan.  Echter, de halacha is dat men vooraf de beracha Sjèhèkol zegt en de beracha Borei nefasjot zegt men erna.

 

EINDE HOOFDSTUK ZES