Daf Jomi Archief Traktaat Berachot

Aanmelden

Aan de orde van de dag

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Berachot 46

Door Zwi Goldberg

Berachot 46a

1. Wie spreekt de zegen uit?

(a) R. Zera was ziek; R. Avahoe kwam hem bezoeken, en hij nam op zich om een feest te maken voor de Rabbijnen als R. Zera zou herstellen. R. Zera herstelde en bij de feestmaaltijd die R. Avihoe gaf, vroeg hij aan R. Zera het brood aan te snijden en Motsi te maken.

(b) R. Zera zei: R. Jochanan heeft gezegd dat de gastheer Motsi maakt!

(c) R. Avahoe maakte daarop zelf Motsi. Aan het eind van de maaltijd nodigde R. Avihoe R. Zera uit om de Birkat HaMazon voor iedereen te maken. [In die tijd was het de gewoonte dat één persoon aan tafel luidt Birkat HaMazon zei, terwijl de rest luisterde en daarmee bevrijd werd van hun verplichting.]

(d) R. Zera zei: Rav Hoena heeft gezegd dat degene die motsi maakt, ook Birkat HaMazon zegt.

(e) De Gemara vraagt: Wiens mening volgt R. Avihoe?

(f) De Gemara antwoordt:  Hij volgt de mening van R. Jochanan, want R. Jochanan heeft gezegd:

De gastheer snijdt het brood aan en maakt motsi en de gast spreekt het dankgebed na de maaltijd, het Birkat HaMazon uit.

De reden hiervoor is dat als de gastheer het brood aansnijdt, hij de gasten een royaal stuk brood kan geven. [R. Avihoe beschouwde R. Zera als de gastheer, omdat het feest te zijner ere gegeven was (Rasjba).] En de gast zegt de Birkat HaMazon, zodat hij de gastheer kan zegenen.

(g) De Gemara vraagt:  Welke zegen geeft de gast aan de gastheer?

(h) De Gemara antwoordt:  Hij zegt: „Moge het Uw wil zijn dat de gastheer nimmer schaamte zal ervaren in deze wereld, noch in de komende wereld.”

(i) Rebbi was gewend daaraan toe te voegen: „Dat hij succesvol zal zijn met zijn bezittingen … en dat er nimmer bij hem, noch bij ons enige zondige gedachte zal opkomen.”

2. Birkat HaZimmoen

(a) De Gemara vraagt: Tot hoever strekt Birkat HaZimmoen zich uit? [Wanneer een gezelschap gezamelijk gegeten heeft, spreekt de leider voordat hij met de Birkat HaMazon begint, enkele zinnen, waarmee het de aanwezigen uitnodigt de Birkat HaMazon te zeggen en het gezelschap antwoordt daarop. Iemand die alleen gegeten heeft, zegt die inleiding (Birkat HaZimmoen) niet. De Gemara vraagt hier tot waar die inleidende uitnodiging loopt en vanaf waar een enkeling moet beginnen met de Birkat HaMazon (Rasji).]

(b) Antwoord nr. 1 (Rav Nachman): Tot „Nevareech – laat ons zegenen.”

(c) Antwoord nr. 2 (Rav Sjesjet): Tot en met Birkat HaZan [de eerste beracha van Birkat HaMazon. Rav Sjesjet meent dat de Birkat HaMazon begint bij de tweede beracha en dat de eerste beracha alleen in gezelschap gezegd wordt].

(d) De Gemara suggeeert: Hun meningsverschil is dezelfde als die van de Tannaïem in de beide volgende Baraita’s:

1. Een Baraita zegt: Birkat haMazon bestaat uit twee of drie berachot. [Als minder dan drie mensen samen eten, zegt men twee berachot, wanneer drie of meer mensen samen eten, zeggen ze drie berachot (Rasji).]

2. Een tweede Baraita zegt: Het bestaat uit drie of vier berachot. [Als minder dan drie mensen samen eten, zegt men drie berachot, wanneer drie of meer mensen samen eten, zeggen ze vier berachot.]

Vermoedelijk is iedereen het erover eens dat de beracha HaTov weHaMetiev niet mid’Oraita is [maar werd ingesteld door de Rabbijnen en daarom niet wordt meege­teld als één van de door Tora verplichte berachot], en de Tanna van de eerste Baraita meent dat de Birkat HaZimmoen doorloopt tot en met het eind van Birkat haZan [en dat die beracha alleen gezegd wordt in een Zimmoen, terwijl de beide andere berachot – Birkat Haärets en Birkat Jeroesjalajiem ook gezegd worden door een enkeling die alleen gegeten heeft.]

En de Tanna van de tweede Baraita meent dat de Birkat HaZimmoen doorloopt tot Nevareech [en alle drie de berachot van Birkat HaMazon worden ook door een individu gezegd].

(e) De Gemara verwerpt deze verklaring:  Nee, Rav Nachman en Rav Sjesjet hebben er een andere verklaring voor:

1. Rav Nachman zegt dat iedereen het erover eens is dat Birkat HaZimmoen tot Nevareech  doorloopt:

a. We begrijpen de twee Baraita als volgt: als minder dan drie mensen bensjen, zeggen ze de eerste drie berachot van Birkat HaMazon en als drie of meer samen bensjen, zeggen ze ook de zimmoen [die dus als een vierde beracha geteld wordt].

b. De tweede Baraita heeft het over de verkorte Birkat HaMazon van abeiders, want die zeggen de Birkat HaZan gewoon en combineren de Birkat Haärets en Bonee Jeroesjalajiem in één verkorte beracha.

2. Rav Sjesjet verklaart dat iedereen het erover eens is dat de Birkat HaZimmoen doorloopt tot het eind van Birkat HaZan:

a. We begrijpen de eerste Baraita als volgt: de Birkat HaMazon bestaat uit twee berachot en bij drie of meer mensen uit drie berachot.

b. De Tanna van de tweede Baraita meent dat de beracha HaTov weHaMetiev ook mid’Oraita is en daarom telt die mee [dus men zegt standaard drie berachot: Birkat Haärets, Bonee Jeroesjalajiem en HaTov weHaMetiev en als men zimmoen bensjt, zegt men ook Birkat HaZan].

De Gemara noemt nu een aantal bewijzen dat HaTov weHaMetiev niet mid’Oraita is:

(f) Rav Josef heeft gezegd: HaTov weHaMetiev is zeker niet mid’Oraita  want arbeiders zeggen het niet.

(g) Rav Jitschak bar Sjmoeël heeft gezegd: HaTov weHaMetiev is zeker niet mid’Oraita, want het begint met Baroech maar eindigt niet met Baroech [en de volgende Baraita bewijst dat]:

Baraita: Alle berachot beginnen met „baroech” en eindigen met „baroech”, behalve de berachot voor voedsel, voor mitswot en een beracha die op een andee beracha volgt, en de laatste beracha van Sjema. Sommige van deze [laatste] beginnen met „baroech” maar eindigen niet met „baroech” en anderen eindigen met „baroech” maar beginnen niet met „baroech” [zoals een beracha die volgt op een andere beracha].

Berachot 46b

en de beracha HaTov weHaMetiev begint met „baroech” maar eindigt niet met „baroech”. [Volgens sommigen is deze laatste zin onderdeel van de Baraita, volgens anderen is het de conclusie van de Gemara.]

De Gemara concludeert: dus de beracha HaTov weHaMetiev is niet mid’Oraita maar mideRabbanan. [Deze beracha werd door de Rabbijnen ingesteld toen de Joden van Betar van de Romeinen na lange tijd toestemming kregen om de gesneuvelde soldaten te begraven (Rasji).]

Nog een bewijs dat HaTov weHaMetiev mideRabbanan is:

(h) Rav Nachman bar Yitzchak heeft gezegd: HaTov weHaMetiev is beslist mideRabanan, want volgens Rabbi Akiva in de volgende Baraita wordt het niet gezegd in het huis van een rouwende:

Baraita: In het huis van een rouwende zegt men als vierde beracha HaTov weHaMetiev, maar Rabbi Akiva zegt dat men daar Baroech Dajan Emet zegt [als de vierde beracha van Birkat HaMazon].

De Gemara vraagt: Betekent dit dat de Tanna Kamma  meent dat wel HaTov weHaMetiev wordt gezegd, maar niet Dajan Emet?

De Gemara antwoordt: Nee, hij bedoelt dat allebei gezegd wordt.

(i) Mar Zoetra bracht eens een bezoek aan Rav Asji, toen een naast familielid van Rav Asji overleden was. In plaats van de normale vierde beracha HaTov weHaMetiev, zei hij de eerste woorden van die beracha tot en met de woorden HaTov weHaMiev, en vervolgde vanaf daar met: Kel èmet, Dajan èmet – de Ware G-d, de Ware Rechter, enz. in overeenstemming met de regeling van de Tanna Kamma.

(j) Wanneer iemand stopt met eten om te luisteren naar een Zimmoen, en hij eet daarna verder, en aan het eind van zijn maaltijd wil hij bensjen. Waar begint hij dan? [Volgens Rav Sjesjet eindigt de Zimmoen na de Birkat HaZan. Moet hij die beracha, als hij alleen bensjt, herhalen of niet? (Rasji)]

(k) Rav Zevid antwoordt: hij begint met de Birkat HaZan, want doordat hij meedeed met de zimmoen werd hij verpicht ook Birkat HaZan te zeggen [hoewel een individu dat volgens Rav Sjesjet dus niet zegt], maar de Rabbijnen zeggen dat hij begint waar hij gestopt is [d.w.z. volgens Rav Sjesjet met Birkat Haärets en volgens Rav Nachman met Birkat HaZan]. En zo is de halacha.

3) ETIQUETTE BIJ DE MAALTIJD

De Gemara vermeldt een discussie tussen de Reisj Galoeta en Rav Sjesjet over tafelmanieren:

(a) De Reisj Galoeta zei tegen Rav Sjesjet: Hoewel jullie rabbijnen al oud zijn, weten de Perzen meer van tafel­manieren af dan jullie! Wanneer er twee rustbanken zijn [waarop de mensen aanliggen tijdens de maaltijd], dan gaat de voornaamste persoon eerst liggen en de ander gaat daarna liggen op de rustbank boven hem [d.w.z. die bij zijn hoofdeinde staat (Rasji)].

Wanneer er drie rustbanken zijn, gaat de meeste prominente persoon op de middelste rustbank liggen, de tweede [in voornaam­heid] gaat boven hem liggen en de derde onder hem [op de rustbank bij zijn voeten].

Rav Sjesjet vond dit geen goed systeem: dan moet de meest prominente persoon rechtop gaan zitten als hij met de tweede persoon wil praten, want die ligt boven hem! [En zijn hoofd is dus van hem afgekeerd.]

De Reisj Galoeta antwoordde: Dat is geen probleem, hij hoeft niet rechtop te gaan zitten, want de Perzen gesticuleren met hun handen [en de tweede, die boven hem ligt, ziet dat].

(b) Een ander tafelprobleem:

Rav Sjesjet: Wanneer zij hun handen voor de maaltijd wassen, wie wast dan het eerst?

Reisj Galoeta: De Gadol wast het eerst.

Rav Sjesjet: Dan moet hij wachten met eten totdat iedereen zijn handen gewassen heeft. Is dat juist?!

Reisj Galoeta: Hij wordt onmiddellijk bediend, hij hoeft niet te wachten.

Rav Sjesjet: En in welke volgorde wassen zij hun handen na de maaltijd?

Reisj Galoeta: De Katan [de minst belangrijkste] wast het eerst [dan de volgende in onbelangrijkheid en de Gadol wast het laatst].

Rav Sjesjet: Dan blijven de handen van de Gadol tot het laatst, totdat iedereen gewassen heeft, vuil, is dat juist?!

Reisj Galoeta: Men laat het eten voor hem staan, hij mag door blijven eten, totdat iedereen gewassen heeft.

(c) Rav Sjesjet reageert nu op de kritiek van de Reisj Galoeta op de oude Rabbijnen op basis van een Baraita:

Wanneer er twee rustbanken zijn, dan gaat de Gadol eerst liggen en de ander onder hem. Wanneer er drie zijn, gaat Gadol in het midden liggen, de tweede boven hem en de derde onder hem [de middelste plaats is de beste plaats en de tweede hoort niet onderaan te liggen, met de Katan bovenaan]. De Gadol wast zijn handen het eerst voor de maaltijd [en hij wordt gelijk opgediend] en bij het wassen achteraf geldt het volgende:

Als er minder dan zes mensen zijn wast de Gadol eerst. Bij zes of meer mensen wassen de anderen eerst, totdat er vijf over zijn en dan wast de Gadol eerst [en intussen is zijn tafel met eten weggehaald].

En deze eerste van de vijf laatsten zegt de Birkat HaMazon.

De Gemara concludeert: dit komt overeen met wat Rav gezegd heeft.