Daf Jomi Archief Traktaat Berachot

Aanmelden

Aan de orde van de dag

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Berachot 47b

Door Zwi Goldberg

(c) Onze Misjna zegt: Wie maäser sjeni of hekdeesj eet dat gelost is, die telt mee voor zimmoen.

De Gemara vraagt: Waarom zou het niet mogen? [Iedereen mag het eten als het gelost is!]

De Gemara antwoordt: De Misjna heeft het over een situatie, waarin de eigenaar wel de waarde van het product heeft betaald, maar niet het extra vijfde. [Wie zijn eigen product lost, moet daar een vijfde aan toevoegen (Rasji).] Dus het missende vijfde deel verhindert niet de lossing.

(d) De Misjna zegt dat de kelner die een olijf-grootte van het brood heeft meegegeten, mee telt voor de zimmoen.

De Gemara vraagt: Waarom zou dat niet mogen?

De Gemara antwoordt: Omdat hij geen vast lid van de groep is, maar dat is niet essentiëel.

(e) De Misjna zegt dat ook een Koeti meetelt.

De Gemara vraagt: Waarom? Wat is hij beter dan een am haärets? En een Baraita leert: Een am haärets telt niet mee voor zimmoen. [Ten eerste is het twijfelachtig of Koeti’s joden zijn en bovendien zijn zij laks in de mitswot net als amei haärets.]

Abbajjé antwoordt: De Misjna heeft het over een Koeti die een Tora-geleerde [en een Jood] is.

Rava geeft een ander antwoord: Koeti’s zijn zorgvuldig in de mitswot van Tora, maar niet zorgvuldig in de voor­schriften van de Rabbijnen. En vertienden is een voorschrift van Tora, daarom telt de Misjna hen mee voor zimmoen. Maar een am haärets is niet zorgvuldig met het vertienden en daarom sluit de Baraita hem uit van zimmoen. Dit is de definitie van een am haärets volgens de Rabbijnen, maar volgens R. Meïr is een am haärets  iemand die zijn choelien niet in tahara eet.

Wie is een am haärets

Een Baraita: Wie is een am haärets? R. Eliëzer zegt: Ieder die noch ’s avonds, noch ’s ochtends Sjema zegt.

R. Jehosjoea zegt: Ieder die geen tefillien legt. Ben Azai zegt: Ieder die geen tsietsiet draagt. R. Natan zegt: Ieder die geen mezoeza bij zijn voordeur heeft.  R. Natan bar Joséf zegt: Ieder die zijn zonen niet opleidt voor Tora-studie. Anderen zeggen: zelfs iemand die de Schrift en Misjna leert, maar geen Tora-geleeren dient.

Rav Hoena heeft gezegd: De halacha is volgens de „anderen”. [Tegenwoordig tellen we ook een am haärets mee (Sj.A.O.Ch. 199:3). Eén van de redenen is dat de beperking van een am haärets alleen voor Tora-geleerden geldt en wij beschouwen ons tegenwoordig niet mee als Tora-geleerden.]

Het gebeurde eens dat Rami bar Chama Rav Menasjia bar Tachlifa niet meetelde in een zimmoen en daarom geen zimmoen wilde bensjen, omdat Rav Menasjia geen Tora-geleeren had gediend, hoewel hij wel Sifra, Sifrei [1] en Halacha had geleerd. Toen Rami bar Chama overleed, zei Rava: hij is overleden omdat hij Rav Menasjia niet meetelde voor zimmoen [hem als een am haärets beschouwde].

De Gemara vraagt:  Rami bar Chama volgde de halacha volgens Rav Hoena. Waarom werd hij dan gestraft?

De Gemara antwoordt: Rav Menasjia had wel Tora-geleerden gediend, maar Rami bar Chama had zich daar niet vol­doende over geïnformeerd.

Een ander antwoord: Hij had wel de lessen gevolgd van Tora-geleerden. [Hoewel hij geen Gemara geleerd had, kende hij wel de halachische beslissingen van de Misjnajot.]

Wie niet meetelt voor zimmoen

(a) Onze Misjna zegt dat wie tevel [2] of maäser risjon eet, waarvan geen troema is afgenomen, die telt niet mee voor zimmoen.

De Gemara vraagt: Dit is duidelijk, want de Misjna zegt dat wie demai eet, wel meetelt, dus wie tevel eet, telt niet mee. Waarom wordt dit dan nog expliciet vermeld?

De Gemara antwoordt: De Misjna bedoelt dat wie tevel eet dat alleen door de Rabbijnen verplicht werd om er tienden van af te scheiden, dat is van product dat in een ongeperforeerde bloempot gegroeid is.

(b) Onze Misjna zegt dat wie maäser risjon eet, waarvan geen troema is afgenomen, niet meetelt. De Gemara verklaart: het betreft maäser dat de Leviet heeft gehaald van de graanhoop, waarvan men verplicht is troema af te scheiden en de troema is nog niet afgescheiden, maar de Leviet heeft wel troemat maäser afgescheiden. Dat is niet genoeg, hij moet ook troema gedola afscheiden en zonder dat wordt het als tevel beschouwd.

(c) De Misjna noemt ongeloste maäser sjeni: Dit betreft een situatie waar de maäser sjeni [of de hekdeesj] gelost werd met ongemunt metaal, want dan is de lossing niet geldig, want Tora eist dat het met gemunt geld gelost moet worden.

(d) De Misjna zegt dat een niet-Jood niet meetelt. De Misjna bedoelt iemand die Jood geworden is, en wel al besneden is, maar nog niet in het mikwe is geweest. R. Jochanan heeft gezegd: zolang iemand niet in het mikwe is geweest, blijft hij nog een niet-Jood.

(e) De Misjna zegt dat vrouwen, slaven en minderjarigen niet meetellen voor zimmoen, maar Rav Assi heeft gezegd dat één klein kind mag meetellen voor een quorum van tien, als er negen volwassen mannen zijn.

(f) Rabbi Jehosjoe ben Levi heeft gezegd dat men één Kenaänitische slaaf mag meetellen voor een quorum van tien. Het gebeurde eens dat Rabbi Eliëzer in sjoel kwam en daar geen minjan aantrof. Er waren maar acht man. Hij bevrijdde één slaaf en had nu negen volwassen Joodse mannen en zijn tweede slaaf vulde het minjan aan.

De Gemara vraagt: Hoe kon R. Eliëer zoiets doen? Het is veboden om een Kenaänitische slaaf te bevrijden?

De Gemara antwoordt: Voor een mitswa is het toegestaan.

De Gemara werpt tegen: Maar hier werd een mitswa gedaan door middel van een overtreding en dan geldt de mitswa niet!

De Gemara antwoordt: Dit was ten behoeve van een mitswa d’rabbiem [een mitswa ten behoeve van velen] en dat duwt het verbod voor een enkeling opzij. [En dit geldt zelfs voor een mitswa d’rabbanan, want het zeggen van kedoesja in minjan is slechts een opdracht van de Rabbijnen, terwijl het verbod op de bevrijding van een Kenaänitische slaaf mid’Oraita is (Rosj) Maar een mitswa voor een enkeling die gedaan werd d.m.v. een overtreding is verboden en daarvoor is het vrijmaken van een slaaf niet gerechtvaardigd.]

Wie meetelt voor minjan

(a) R. Jehosjoea ben Levi heeft gezegd: Iemand moet altijd vroeg opstaan om als één van de eerste tien te zijn die in de synagoge komt, want dan krijgt hij evenveel beloning als degenen die na hem komen, zelfs als zijn dat er honderd.

(b) Rav Hoena heeft gezegd: Negen man en een Ark met Tora-rollen combineren samen tot een minjan.

      Rav Nachman werpt tegen: Is een Ark een mens [dat hij als tiende man meetelt]?

      Rav Hoena corrigeert zich: Negen man die als tien lijken, vormen een minjan.

Verklaring: Sommigen zeggen: als zij in een groepje bij elkaar staan, zodat het niet goed is te onderscheiden hoeveel er precies zijn, negen of tien. En anderen zeggen: als zij verspreid staan [want dan lijkt het alsof er meer zijn].

(c) Rav Ami heeft gezegd: Twee mannen en de Sjabbat combineren samen [tot een quorum van drie man voor zimmoen, d.w.z. op Sjabbat zijn twee mannen voldoende voor een zimmoen].

Rav Nachman werpt tegen: Is de Sjabbat een mens [dat zij als tiende man meetelt?

Correctie van Rav Ami: Twee Tora-geleerden die met elkaar discussiëren over halacha vormen samen een zimmoen.

Rav Chisda wees hierbij op zichzelf en op Rav Sjesjet om aan te duiden dat dit bijvoorbeeld op hen sloeg en Rav Sjesjet deed hetzelfde.

(d) Rabbi Jochanan heeft gezegd: En minderjarige die twee schaamharen heeft, telt mee voor zimmoen. [Een jongen wordt als meerderjarig beschouwd als hij dertien jaar is en twee schaamharen heeft. R. Jochanan zegt dat ook als is de jongen nog geen dertien jaar, maar hij heeft wel twee schaamharen, hij toch meetelt voor zimmoen.]

Een Baraita zegt hetzelfde als Rabbi Jochanan.

(e) De halacha is volgens geen van al deze soepele meningen, maar volgens Rav Nachman, die gezegd heeft: een minderjarige die weet voor Wie wij de beracha zeggen, telt mee voor zimmoen.

Halacha: De algemeen geaccepteerde halacha voor Asjkenaziem is ook niet volgens Rav Nachman, maar dat alleen voor zimmoen meetelt wie dertien jaar of ouder is (Sj.A.O.Ch. Rama 199:10). Sefarediem echter volgen Rav Nachman (Mechaber ibid.) en Jalkoet Joseef (199:5) schrijft dat dit geldt voor een kind van zes jaar of ouder, die weet voor wie de beracha is en dat hij kan meetellen voor zowel zimmoen als voor een minjan van tien. Echter dat niet meer dan één kind daarvoor kan meetellen.


[1]. Sifra is een collectie Baraitot over het Boek Wajjikra, ook wel ‘Torat Kohaniem’ genoemd. Sifrei is een collectie Baraitot over Bamidbar en Dewariem.

[2]. Tevel is product dat zeker niet is vertiend.