Daf Jomi Archief Traktaat Berachot

Aanmelden

Aan de orde van de dag

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Berachot 58

Door Zwi Goldberg

Beracha als men een grote menigte ziet

Rav Hamnoena heeft gezegd: Wanneer men een grote menigte Joden ziet [d.w.z. minstens 600.000 mensen (Rasji)], dan zegt men: „Gezegend bent U… de Geleerde van de geheimen,” [d.w.z. Die de geheime gedachten kent van ieder persoon in de menigte (Rasji)].

Het speciale dankgebed

Ben Zoma zei: Hoeveel inspanning getroostte Adam, de eerste mens zich, totdat hij brood vond om te eten. Hij ploegde, zaaide, oogstte, verzamelde de aren en bond ze tot schoven, hij wande het kaf van het graan, maalde het graan fijn tot meel, kneedde het deeg, bakte het en pas daarna had hij brood om te eten. Maar ik [Ben Zoma] sta ’s ochtends vroeg op en al deze arbeid is al voor mij gedaan en het brood ligt klaar voor mij. Daarom ben ik verplicht Hasjem te bedanken dat hij zoveel verschillende mensen en vaklieden geschapen heeft in de wereld.

Wat zegt een goede gast

Ben Zoma zei ook: Wat zegt een goede gast? Hoezeer heeft mijn gastheer zich voor mij ingespannen! Hoeveel vlees heeft hij voor mij gebracht en hoeveel wijn en hoeveel broodjes! En al die inspanning deed hij voor mij alleen! Maar wat zegt een slechte gast? Hoeveel moeite deed mijn gastheer nu helemaal voor mij? Ik at maar éét broodje, ik at maar één stukje vlees, ik dronk maar één glas wijn! Alle moeite die hij deed was alleen voor zijn eigen vrouw en kinderen.

Berachot als men iets bijzonders ziet

(a) Wanneer men een grote Joodse Geleerde ziet,  zegt men: „Gezegend bent U… Die een deel van Zijn wijsheid gaf aan hen die Hem vrezen.”

(b) Wanneer men een niet-Joodse geleerde ziet, zegt men: „Gezegend bent U… Die van Zijn wijsheid gaf aan Zijn schepsels.”

(c) Wie een koning van Israël ziet, zegt: „Gezegend bent U… Die van Zijn Majesteit gaf aan hen die Hem vrezen.”

(d) Wie een koning ziet van een van de volken van de wereld, die zegt: „Gezegend bent U… Die van Zijn majesteit gegeven heeft aan Zijn schepsels.”

(e) Wanneer men huizen van Israël ziet in hun bewoonde staat, zegt men: „Gezegend is Hij… Die de grens voor de weduwe vaststelt. [De weduwe is Israël, na het verlies van de Tempel. Wanneer de huizen in Israël weer bewoond zijn, is het eind van de treurtijd voor het verlies van de Tempel nabij.]

(f) Wanneer men de huizen in een geruïneerde staat ziet, zegt men: „Gezegend bent U… ware rechter.” [Dit zegt men op het horen van slecht nieuws.]

(g) Wanneer men huizen van afgodendienaren ziet, terwijl die bewoond zijn, zegt men: „Hasjem zal de huizen van de arroganten vernielen.”

(h) Wanneer men ze ziet in een geruïneerde staat, zegt men: „O G-d van de wraak, O G-d van de wraak, verschijn!” (Psalmen 94:1).

De ruïne van het huis van Rav Chana

Oela en Rav Chisda liepen langs de weg en kwamen bij de ingang van het huis van Rav Chana bar Chanilai, dat in puin lag. Rav Chisda liet een diepe zucht. Waarom zucht je, vroeg Oela. Een zucht breekt iemands halve lichaam, zoals er geschreven staat [Jechezkel 21:11]: „Zucht, mensenkind, zucht zodat je lendenen ervan breken!” Rav Chisda ant­woordde: „In dit huis waren overdag zestig bakkers aan het werk en zestig bakkers ’s nachts, die het brood bakten voor ieder die het nodig had. En Rav Chana haalde zijn hand niet van zijn geldbeurs, want hij was bang dat als er een arme zou komen, die hij geld wilde geven, dat die arme van schaamte zou weglopen. Het huis had een ingang aan alle vier de zijkanten. Wie er hongerig binnen ging, kwam er verzadigd weer uit. Men strooide er tarwe en gerst in tijden van hongersnood, zodat men het ’s nachts zou kunnen oprapen en niet beschaamd hoefde te zijn. Zal ik dan niet zuchten nu dit huis een ruïne is geworden?

Oela troostte Rav Chisda met de woorden: R. Jochanan heeft gezegd dat sedert de Tempel verwoest is, er een G-ddelijk decreet is uitgegaan dat ook de huizen van de rechtvaardigen verwoest zouden worden. Maar ook is er gezegd, dat in de toekomst, als de Tempel herbouwd wordt, ook de huizen herbouwd zullen worden van hen die in Hasjem vertrouwen hebben.

Wie Joodse graven ziet

Wie graven van Joden ziet, zegt: „Gezegend bent U…, die jou in rechtvaardigheid geschapen heeft, jou in rechtvaardigheid gevoed heeft, je rechtvaardig onderhouden heeft, je opgenomen heeft in de rechtvaardige wereld van de zielen en Die jou in de toekomst zal doen opstaan in rechtvaardigheid [bij de wederopstanding van de doden]. Mar, de zoon van Ravina eindigde deze beracha met de woorden: „En Die het aantal van jullie allen kent en in de toekomst brengt Hij jullie weer tot leven en doet de doden weer optstaan.”

Beracha bij het zien van een komeet

Wie een komeet ziet, zegt: „Gezegend bent U… Wiens kracht en macht de wereld vult.”

Sjmoeël zei: De wegen van de hemel [d.w.z. de banen van de sterren] zijn voor mij zo duidelijk als de wegen in Nehardea, behalve voor de baan van een komeet, die ken ik niet. Maar het is bekend uit traditie dat een komeet niet door het sterrenbeeld Kesiel gaat. Maar als het wel door het sterrenbeeld Kesiel gaat, zal de aarde worden vernietigd. [Als een komeet met Kesiel in botsing komt, zal dat fatale gevolgen voor de aarde hebben (Gra).